Officieel rapport / ambtsverslag.
Origineel
Officieel rapport / ambtsverslag. [Stempel linksboven:]
Nº 37/133/M. 1939 16/6
[Midden:]
R A P P O R T.
[Hoofdtekst:]
Woensdag 14 Juni 1939 te ongeveer 7 uur v.m. hadden de kooper S.Waas, oud 61 jaar, wonende Reitzstraat 37 en de grossiersknecht J.Ravensbergen, oud 20 jaar, wonende Zandlaan 16 te Rynsburg, die in de hal optreedt voor zijn vader, den grossier J.v.Ravensbergen verschil van meening. Waas had op zijn handkar 200 bloemkoolen opgeladen en wilde een bedrag van Fl.13.- betalen. Ravensbergen verklaarde echter dat men bij het koopen van de kool had overeengekomen dat Waas Fl.15.- dus 7½ cent in plaats van 6½ cent per stuk zou betalen. Tenslotte heeft men na tusschenkomst van het Marktwezen het bedrag vastgesteld op Fl.14.-, welk bedrag door Waas aan v. Ravensbergen werd overhandigd.
[Onderaan links:]
Den Heer Bedryfschef
v/h Marktwezen.
[Onderaan rechts:]
Amsterdam, 15 Juni 1939
[Handtekening]
Marktopzichter.
[Handgeschreven aantekeningen onderaan:]
[Handtekening/Paraaf]
afgedaan
[Initialen] 16/6 - 39
Gezien
[Initialen] 19-6 '39 Het document is een zakelijk verslag van een kleinschalig handelsconflict op een groothandelsmarkt in 1939. De kern van het geschil betreft de prijs van 200 bloemkolen. De koper (Waas) ging uit van 6,5 cent per stuk (totaal 13 gulden), terwijl de verkoper (Ravensbergen) vasthield aan 7,5 cent per stuk (totaal 15 gulden).
De taal is formeel en typerend voor de vroege 20e eeuw (spelling met dubbel 'o' in "kooper" en "bloemkoolen"). Opvallend is de rol van de 'Marktopzichter' als bemiddelaar. Het conflict wordt opgelost door het verschil te middelen naar 14 gulden (7 cent per stuk), wat aangeeft dat het Marktwezen direct gezag uitoefende op de werkvloer om de orde en voortgang van de handel te bewaren. De administratieve afhandeling met stempels ("Gezien", "Afgedaan") toont de bureaucratische zorgvuldigheid van de gemeentelijke diensten destijds. Dit rapport is afkomstig uit de administratie van het Amsterdamse Marktwezen, dat verantwoordelijk was voor de exploitatie van de markten, in het bijzonder de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat (geopend in 1934).
De genoemde locaties geven een tijdsbeeld: de Reitzstraat ligt in de Amsterdamse Transvaalbuurt, destijds een levendige volksbuurt. Rijnsburg was (en is) een belangrijk centrum voor de groente- en bloementeelt; de grossier haalde zijn waren daar vandaan om ze in de Amsterdamse hal te verhandelen. Het bedrag van één gulden verschil lijkt klein, maar in 1939 — vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en aan het einde van de crisisjaren — was een gulden voor een kleine handelaar een substantieel bedrag. De handkar was in die tijd een veelvoorkomend transportmiddel voor wederverkopers die hun waren naar de wijken brachten. J. Ravensbergen S. Waas Marktwezen
Samenvatting
Het document is een zakelijk verslag van een kleinschalig handelsconflict op een groothandelsmarkt in 1939. De kern van het geschil betreft de prijs van 200 bloemkolen. De koper (Waas) ging uit van 6,5 cent per stuk (totaal 13 gulden), terwijl de verkoper (Ravensbergen) vasthield aan 7,5 cent per stuk (totaal 15 gulden).
De taal is formeel en typerend voor de vroege 20e eeuw (spelling met dubbel 'o' in "kooper" en "bloemkoolen"). Opvallend is de rol van de 'Marktopzichter' als bemiddelaar. Het conflict wordt opgelost door het verschil te middelen naar 14 gulden (7 cent per stuk), wat aangeeft dat het Marktwezen direct gezag uitoefende op de werkvloer om de orde en voortgang van de handel te bewaren. De administratieve afhandeling met stempels ("Gezien", "Afgedaan") toont de bureaucratische zorgvuldigheid van de gemeentelijke diensten destijds.
Bron-evidence
9
Woensdag 14 Juni 1939 te ongeveer 7 uur v.m. hadden de kooper S.Waas, oud 61 jaar, wonende Reitzstraat 37 en de grossiersknecht J.Ravensbergen, oud 20 jaar, wonende Zandlaan 16 te Rynsburg, die in de hal optreedt voor zijn vader, den grossier J.v.Ravensbergen verschil van meening.
Waas had op zijn handkar 200 bloemkoolen opgeladen en wilde een bedrag van Fl.13.- betalen.
Ravensbergen verklaarde echter dat men bij het koopen van de kool had overeengekomen dat Waas Fl.15.- dus 7½ cent in plaats van 6½ cent per stuk zou betalen.
Tenslotte heeft men na tusschenkomst van het Marktwezen het bedrag vastgesteld op Fl.14.-, welk bedrag door Waas aan v. Ravensbergen werd overhandigd.
Tenslotte heeft men na tusschenkomst van het Marktwezen het bedrag vastgesteld op Fl.14.-
de kooper S.Waas, oud 61 jaar, wonende Reitzstraat 37
de grossiersknecht J.Ravensbergen, oud 20 jaar, wonende Zandlaan 16 te Rynsburg
die in de hal optreedt voor zijn vader, den grossier J.v.Ravensbergen
Waas had op zijn handkar 200 bloemkoolen opgeladen
Historische Context
Dit rapport is afkomstig uit de administratie van het Amsterdamse Marktwezen, dat verantwoordelijk was voor de exploitatie van de markten, in het bijzonder de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat (geopend in 1934).
De genoemde locaties geven een tijdsbeeld: de Reitzstraat ligt in de Amsterdamse Transvaalbuurt, destijds een levendige volksbuurt. Rijnsburg was (en is) een belangrijk centrum voor de groente- en bloementeelt; de grossier haalde zijn waren daar vandaan om ze in de Amsterdamse hal te verhandelen. Het bedrag van één gulden verschil lijkt klein, maar in 1939 — vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en aan het einde van de crisisjaren — was een gulden voor een kleine handelaar een substantieel bedrag. De handkar was in die tijd een veelvoorkomend transportmiddel voor wederverkopers die hun waren naar de wijken brachten.