Officiële brief
Origineel
Officiële brief 6 juni 1939 Gemeentelijk Bureau voor Maatschappelijke Steun (Afd. Ong. Werkloozen) De Directeur van het Marktwezen, Amsterdam [Stempel in paars/blauw linksboven:]
Nº 46A/13/3 M. 1939 2/6
GEMEENTELIJK BUREAU
VOOR MAATSCHAPPELIJKEN
STEUN
Gelieve bij beantwoording aan te halen:
No. 1808/BK. Afd. O.W.
Bijlagen: geen
AMSTERDAM, 6 Juni 193[voorgedrukt: 9]9.
[Doorgestreept: Reguliersdwarsstraat 77] Marnixstraat 317.
Aan
den Heer Directeur van het
Marktwezen,
J.v.Galenstraat 14,
A m s t e r d a m W.
[Handgeschreven aantekening in de linkermarge:]
ni insp. [mogelijk paraaf/instructie]
Bij dezen heb ik de eer U te verzoeken mij een
opgave te willen verstrekken van de namen, adressen en, zoo
mogelijk, geboorte-data van de personen, die thans in het be-
zit zijn van een bewijs van toegang, als losser, tot de Gemeen-
telijke vischmarkt.
Zooals U reeds bekend is, zullen deze personen,
bij steunverleening, hun kaarten te mijnen kantore moeten depo-
neeren, waarvan U, voor elk geval, bericht zal worden gezonden.
Met dank voor de te nemen moeite.
Voor den Directeur voor Maatsch.Steun.
Het Hoofd der Afd. Ong.Werkloozen,
[Handgeschreven handtekening, onleesbaar]
[Onderaan links:]
Model 408.
Model 444
[Rechtsonder handgeschreven:]
46 Deze brief is een formeel verzoek van het ene gemeentelijke apparaat aan het andere. Het Gemeentelijk Bureau voor Maatschappelijke Steun vraagt de Directeur van het Marktwezen om een lijst met persoonsgegevens van 'lossers' (dagloners die boten of vrachtwagens uitladen) die toegang hebben tot de vismarkt.
De kern van de brief ligt in de tweede alinea: het doel van deze gegevensverzameling is sociale controle. Personen die aanspraak maken op werkloosheidssteun mogen niet tegelijkertijd als losser werken op de markt. Om misbruik of 'zwartwerken' te voorkomen, moesten de werklozen hun toegangskaarten voor de vismarkt inleveren ("deponeeren") bij het bureau voor maatschappelijke steun zodra zij een uitkering ontvingen.
De brief toont de bureaucratische nauwkeurigheid van die tijd, met doorgestreepte en getypte adreswijzigingen (van de Reguliersdwarsstraat naar de Marnixstraat) en specifieke verwijzingen naar afdelingen zoals de "Afd. Ong. Werkloozen" (Ongeorganiseerde Werklozen). In 1939 bevond Nederland zich in de laatste fase van de economische crisis van de jaren dertig. De werkloosheid was nog steeds hoog en de sociale zekerheid stond in de kinderschoenen. De "Maatschappelijke Steun" was de voorloper van de latere Bijstandswet, maar was veel repressiever van aard. Steun werd pas verstrekt na een streng onderzoek naar de middelen en het gedrag van de aanvrager.
De Gemeentelijke Vischmarkt maakte deel uit van de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat (geopend in 1934). Werk als losser op deze markten was een typische vorm van onregelmatige dagarbeid. Voor de gemeente was dit een sector die lastig te controleren was op neveninkomsten van steuntrekkers. Door de administratie van de markt te koppelen aan die van de sociale dienst, probeerde de gemeente de uitgaven aan steunverlening strikt te beperken. De datum, 6 juni 1939, plaatst dit document tevens in de laatste maanden van vrede voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. O.W. Marktwezen