Doorslag van een ambtelijke brief.
Origineel
Doorslag van een ambtelijke brief. 11 oktober 1939. Onbekend (waarschijnlijk een directeur van een gemeentelijke dienst, mogelijk de Centrale Markt). vP/HG.
48/17/2 M. extra
n diverse 11 October 1939.
Bouw van koel- of vrieshuis
door N.V.Nederlandsche Veem.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
<u>A l h i e r</u> .
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 10
dezer om zeer spoedig advies ontvangen stukken no.785 L.M.1939
heb ik de eer U het navolgende te berichten. Volgens het zich
onder de stukken bevindende rapport van mijn Ambtgenoot voor
de Handelsinrichtingen d.d. 2 dezer (No.944 b D.H.) beoogt de
N.V.Nederlandsche Veem een koelhuis in de haven te bouwen;
volgens het eveneens onder de stukken voorkomende nummer van
het Financieel Weekblad voor den Fondsenhandel zou "een hyper-
modern koel- en vrieshuis" zijn ontworpen; dit lijkt onwaar-
schijnlijk, omdat een dergelijke inrichting bezwaarlijk in een
loods, zooals die blijkbaar voor dit doel is uitgekozen, kan
worden ondergebracht.
Nochtans is voor mij de vraag, welke ten deze de
plannen zijn, van bijzondere beteekenis, aangezien ik mij,
zonder de plannen te kennen, geen oordeel kan vormen. Indien
met name een vrieshuis zou worden gebouwd, dan zou de Centrale
Markt, waar nagenoeg geen vriesruimte is, daar in het geheel
geen bezwaar van ondervinden. Bij een koelhuis rijst echter
de vraag, welke producten men daarin denkt op te slaan. Hier-
omtrent ontbreekt elk gegeven, behalve de niet nader verklaar-
de mededeeling van mijn Ambtgenoot, vervat in zijn bovenaan-
gehaald rapport d.d. 2 dezer: "de kring van gebruikers van
het marktkoelhuis is uiteraard een andere dan die, waarvoor In deze brief reageert een ambtenaar op een spoedverzoek om advies van de Wethouder voor de Levensmiddelen. De kern van de zaak is de vraag of de bouw van een nieuw koel- of vrieshuis door de N.V. Nederlandsche Veem in de haven de bestaande belangen van de Centrale Markt zal schaden.
De schrijver uit twijfels over de aard van het project. Terwijl de pers spreekt over een "hypermodern koel- en vrieshuis", betwijfelt de ambtenaar of een dergelijke complexe installatie wel in de beoogde havenloods past. Het onderscheid tussen een vrieshuis en een koelhuis is hierbij cruciaal:
1. Vrieshuis: Geen bezwaar, want de Centrale Markt heeft zelf nauwelijks vriescapaciteit.
2. Koelhuis: Potentieel problematisch, omdat dit concurrentie zou kunnen betekenen voor de bestaande faciliteiten van de markt.
De schrijver concludeert dat hij zonder gedetailleerde plannen en informatie over de beoogde producten geen definitief oordeel kan vellen. De datum van de brief, 11 oktober 1939, is historisch relevant. De Tweede Wereldoorlog was net een maand onderweg. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, heerste er een staat van mobilisatie. De voedselvoorziening en de opslagcapaciteit van levensmiddelen (beheerd door de Wethouder voor de Levensmiddelen) waren van vitaal strategisch belang.
De N.V. Nederlandsche Veem was een grote speler in de logistiek en opslag. De discussie over havenfaciliteiten versus marktfaciliteiten wijst op de spanning tussen de commerciële havenlogistiek en de door de gemeente gereguleerde voedseldistributie. De brief geeft een inkijkje in de bureaucratische zorgvuldigheid waarmee concurrentieposities van gemeentelijke instellingen (zoals de Centrale Markt) werden bewaakt tegenover private initiatieven.