Archiefdocument
Origineel
Vrijdag, 6 oktober 1939. Bouwen van een koelhuis in de haven.
Nº 785 L.M. 1939 4/12
Marktw.
Nº 40/17/5 M. 1939 8/12
[Linkermarge:]
Gezien
[Paraaf/Handtekening]
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam
Vrijdag, 6 October 1939.
De Wethouder voor de Handelsinrichtingen brengt ter tafel een schrijven van de Naamlooze Vennootschap Blaauwhoedenveem-Vriesseveem, waarin de aandacht op het volgende wordt gevestigd.
Genoemde Naamlooze Vennootschap, die zich te Rotterdam voor de overlading van granen steeds bediende van elevatoren van de Graan Elevator Maatschappij, is er toe overgegaan, zelf drijvende elevatoren aan te schaffen. Twee directeuren der Graan Elevator Maatschappij zijn inmiddels benoemd tot commissaris van het Nederlandsche Veem te Amsterdam, welke firma thans, ten einde der Naamlooze Vennootschap Blaauwhoedenveem-Vriesseveem concurrentie aan te doen, de medewerking der Gemeente heeft gevraagd voor het vestigen van een koelhuis in de haven. Laatstgenoemde Naamlooze Vennootschap is van oordeel, dat de Gemeente niet haar medewerking hieraan moet verleenen, wijl daaraan geen behoefte bestaat en daardoor aan haar koelhuisbedrijf en aan dat der Gemeente ongewenschte concurrentie wordt aangedaan.
De Directeur van den dienst der Handelsinrichtingen is van oordeel, dat de Gemeente zich dient te onthouden van een ingrijpen in de particuliere concurrentieverhoudingen, in den zin, zooals de Naamlooze Vennootschap Blaauwhoedenveem-Vriesseveem dat te haren behoeve wenscht, en adviseert, tegen de oprichting van bedoeld koelhuis geen bezwaar te maken.
[Rechtsonder handgeschreven:]
48 * Kern van het geschil: Een commercieel conflict tussen grote havenbedrijven dat wordt voorgelegd aan het Amsterdamse gemeentebestuur. De N.V. Blaauwhoedenveem-Vriesseveem probeert de komst van een nieuw koelhuis van concurrent 'Nederlandsche Veem' te blokkeren.
* Aanleiding: Blaauwhoedenveem-Vriesseveem is in Rotterdam gestopt met het huren van elevatoren bij de Graan Elevator Maatschappij (GEM) en heeft eigen materieel aangeschaft. Als tegenzet lijken directeuren van de GEM via het Nederlandsche Veem in Amsterdam een concurrerend koelhuis te willen vestigen.
* Argumentatie: Blaauwhoedenveem-Vriesseveem stelt dat er geen behoefte is aan extra koelcapaciteit en dat dit schadelijk is voor zowel hun eigen bedrijf als de bestaande gemeentelijke belangen.
* Besluitvorming: De Directeur van de Handelsinrichtingen adviseert het gemeentebestuur om een neutrale positie in te nemen. Hij stelt dat de overheid niet moet ingrijpen in particuliere concurrentie en adviseert dan ook geen bezwaar te maken tegen de bouw van het nieuwe koelhuis. Dit document dateert van oktober 1939, kort na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog (waarin Nederland op dat moment nog neutraal was). Het biedt een unieke inkijk in de dynamiek van de Amsterdamse haveneconomie en de machtsstrijd tussen de grote 'vemen' (pakhuisbedrijven). Blaauwhoedenveem-Vriesseveem was indertijd een van de grootste spelers (later opgegaan in Vopak). De kwestie raakt aan de fundamentele discussie over de rol van de overheid in de vrije markt: in hoeverre moet een gemeente gevestigde belangen beschermen tegen nieuwe toetreders? De gekozen koers getuigt van een liberaal economisch beleid waarbij concurrentie wordt toegestaan, zelfs als gevestigde partijen daarover klagen. De handgeschreven aantekening "Marktw." verwijst waarschijnlijk naar de Marktwezen-administratie.