Ambtelijke brief / intern advies.
Origineel
Ambtelijke brief / intern advies. 26 juli 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. 53/46/3 M
1
[Handgeschreven:] Verzonden 26/7
VP/G.
26 Juli 1939.
Verzoek van M.Looy om
toegang tot Centrale Markt
en om vaste plaats op dag-
markten.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d.
27 Mei jl. om advies ontvangen stuk no.442 L.M.1939 heb ik
de eer U te berichten, dat het adressant's bedoeling is om
te zyner tyd een vaste plaats op de markt Albert Cuypstraat
te verkrygen. Hy is daartoe op de sollicitantenlyst voor de
bedoelde markt ingeschreven. Bovendien is hem, overeenkom-
stig zyn verzoek, toegang als kooper verleend tot de Cen-
trale Markt. Ik heb de eer U te adviseeren deze aangelegen-
heid als afgedaan te beschouwen.
De Directeur, Dit document is een ambtelijke afhandeling van een verzoekschrift van een burger, de heer M. Looy. De directeur van de betreffende dienst (waarschijnlijk de marktmeester of directeur van het marktwezen) adviseert de wethouder over de status van dit verzoek.
Uit de tekst blijkt dat de heer Looy twee wensen had:
1. Toegang tot de Centrale Markt: Dit is ingewilligd; hij heeft toegang gekregen als "kooper" (inkoper).
2. Een vaste staanplaats op een dagmarkt: Hij is hiervoor op de wachtlijst ("sollicitantenlyst") geplaatst voor de Albert Cuypmarkt.
De directeur concludeert dat hiermee aan de verzoeken is voldaan binnen de geldende regels en procedures, en adviseert de wethouder om het dossier te sluiten ("als afgedaan te beschouwen"). De brief dateert van juli 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de Albert Cuypmarkt in Amsterdam al een zeer populaire en drukke markt, waarvoor strikte wachtlijsten bestonden voor vaste staanplaatsen. De "Centrale Markt" waarnaar verwezen wordt, was de groothandelsmarkt aan de Jan van Galenstraat (het huidige Food Center Amsterdam), waar alleen geregistreerde handelaren en kopers toegang hadden.
Het taalgebruik is typisch voor de vooroorlogse Nederlandse bureaucratie: uiterst beleefd ("heb ik de eer U te berichten"), formeel en gebruikmakend van de toen geldende spelling (zoals "zyner tyd" en "kooper"). Het document geeft een inkijkje in de strakke regulering van de Amsterdamse markthandel in die tijd.