Getypte ambtelijke brief/advies met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte ambtelijke brief/advies met handgeschreven kanttekeningen. 13 juli 1939. [Handgeschreven rechtsboven:]
Gezien [onleesbaar]
29.8-39
[Handgeschreven diagonaal:]
Extra
[Rechtsboven getypt:]
vP/G.
[Linksboven getypt:]
53/54/2 M
1
[Rechts getypt:]
13 Juli 1939
Verzoek van den Marktbond
"Mercurius" inzake kwyt-
schelding entréégeld Centrale
Markt by verlies van jaar-
toegangskaart.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 3 dezer om advies ontvangen stuk No. 550 L.M.1939 heb ik de eer U te berichten, dat, ingevolge artikel 6 van het Reglement op de Centrale Markt, wanneer een legitimatiekaart, welke noodig is om toegang tot die markt te verkrygen, is verloren geraakt, tegen betaling van ƒ 0,25 administratiekosten een duplicaat wordt uitgereikt. Een dergelyk voorschrift bestaat echter niet met betrekking tot het betalingsbewys van het op de Centrale Markt verschuldigde entréégeld. Hiervoor is van toepassing artikel 33 lid 2 van de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden, waar wordt bepaald, dat van elke betaling een bewys wordt afgegeven, dat aan de ambtenaren van het Marktwezen op hun aanvraag moet worden ter hand gesteld en by gebreke waarvan de belasting geacht wordt niet te zyn betaald. Indien derhalve het betalingsbewys van voor een kalenderjaar betaald entréégeld is verloren gegaan, wordt dit entréégeld geacht niet te zyn voldaan en moet de belanghebbende opnieuw betalen. Dit voorschrift lykt hard, vooral omdat by de administratie van myn dienst bekend is, wie het entréégeld per kalenderjaar heeft betaald. Nochtans wordt verandering van deze bepalingen ontraden, omdat de mogelykheid van fraude ontstaat, wanneer al te gemakkelyk duplicaten van betalingsbewyzen worden verstrekt. In de practyk ondervinden de belanghebbenden trouwens van deze voorschriften slechts weinig nadeel. Het komt namelyk meermalen [einde pagina] * Taalgebruik: De brief is opgesteld in het vooroorlogs Nederlands met de kenmerkende 'y' in plaats van 'ij' (bijv. kwyt, bewys, practyk) en verbuigingen zoals "den Heer" en "derhalve".
* Inhoudelijke kern: De Marktbond "Mercurius" heeft gevraagd om coulance wanneer marktkooplieden hun jaarkaart (en daarmee het bewijs van betaling) verliezen. De ambtenaar adviseert de wethouder negatief op dit verzoek. Hoewel de administratie precies weet wie er betaald heeft, houdt men vast aan de strikte regel: geen fysiek bewijs betekent juridisch niet betaald.
* Argumentatie: De voornaamste reden voor de weigering is de vrees voor fraude. Men is bang dat duplicaten misbruikt kunnen worden door derden om gratis toegang te verkrijgen. Men hanteert hier een strikt bureaucratisch beginsel boven een pragmatische oplossing.
* Status: De handgeschreven aantekening van augustus 1939 suggereert dat het stuk ruim een maand na opstelling door de relevante autoriteiten is gezien of afgehandeld. Dit document stamt uit juli 1939, een periode van grote economische en politieke spanning, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De "Centrale Markt" in Amsterdam (tegenwoordig het Food Center aan de Jan van Galenstraat) was cruciaal voor de voedselvoorziening van de stad. De wethouder voor de Levensmiddelen hield toezicht op de distributie en marktvoering. De Marktbond Mercurius was een belangenvereniging voor handelaren. Het document illustreert de starre ambtelijke controlemechanismen in een tijd waarin de overheid grip probeerde te houden op economische stromen door middel van strikte bewijsvoering en legitiematiebewijzen.