Officieel memo/bijblad (Algemene Zaken Model No. 14).
Origineel
Officieel memo/bijblad (Algemene Zaken Model No. 14). [Briefhoofd]
BIJBLAD VAN:
M. No. 53/54/4 1939 9.
DOORGEZONDEN: 16/12 - 39
[Eerste tekstblok]
Hr. Broese.
Ter onderzoek voor welke maanden
Spinoza maandkaarten heeft
gekocht en of de verloren geraakte
kaart niet terecht gekomen is.
[Rode horizontale lijn]
[Tweede tekstblok]
m.i. besluit laten nemen dat restitutie
van f 6.- (6 maanden à f 1.-) op gronden
van billijkheid krachtens art 36. J.J.a.h.
3. 21/12-'39
[Voetnoot/stempel]
53/54/57
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 * Onderwerp: Het document betreft een administratieve afhandeling van een verzoek tot terugbetaling (restitutie) van abonnementsgelden voor verloren geraakte maandkaarten.
* Actoren: Het bericht is gericht aan een "Hr. Broese". Het gaat over maandkaarten van een persoon genaamd "Spinoza". De afzender parafeert met "J.J.a.h.".
* Inhoud: Er wordt eerst verzocht om uit te zoeken over welke periode Spinoza kaarten heeft aangeschaft en of de als vermist opgegeven kaart inmiddels is gevonden. Vervolgens wordt geadviseerd (m.i. - mijns inziens) om een bedrag van 6 gulden te restitueren op basis van "billijkheid" (redelijkheid), verwijzend naar artikel 36 van de vigerende regelgeving.
* Financiële details: Het gaat om een bedrag van 6 gulden, opgebouwd uit 6 maanden à 1 gulden per maand. Dit document stamt uit december 1939, de periode van de mobilisatie in Nederland vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De term "maandkaarten" en de gebruikte formulieren (Model No. 14) wijzen op een administratieve procedure bij een groot overheidsorgaan of een nutsbedrijf, mogelijk de Nederlandse Spoorwegen of een gemeentelijk vervoerbedrijf.
De verwijzing naar "restitutie op gronden van billijkheid krachtens art 36" duidt op een bureaucratische souplesse waarbij, ondanks het verlies van een bewijsstuk (de kaart), toch tot uitbetaling wordt overgegaan omdat dit rechtvaardig wordt geacht. De nauwkeurige datering en nummering zijn typerend voor de Nederlandse administratieve discipline uit die tijd.
Samenvatting
- Onderwerp: Het document betreft een administratieve afhandeling van een verzoek tot terugbetaling (restitutie) van abonnementsgelden voor verloren geraakte maandkaarten.
- Actoren: Het bericht is gericht aan een "Hr. Broese". Het gaat over maandkaarten van een persoon genaamd "Spinoza". De afzender parafeert met "J.J.a.h.".
- Inhoud: Er wordt eerst verzocht om uit te zoeken over welke periode Spinoza kaarten heeft aangeschaft en of de als vermist opgegeven kaart inmiddels is gevonden. Vervolgens wordt geadviseerd (m.i. - mijns inziens) om een bedrag van 6 gulden te restitueren op basis van "billijkheid" (redelijkheid), verwijzend naar artikel 36 van de vigerende regelgeving.
- Financiële details: Het gaat om een bedrag van 6 gulden, opgebouwd uit 6 maanden à 1 gulden per maand.
Historische Context
Dit document stamt uit december 1939, de periode van de mobilisatie in Nederland vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De term "maandkaarten" en de gebruikte formulieren (Model No. 14) wijzen op een administratieve procedure bij een groot overheidsorgaan of een nutsbedrijf, mogelijk de Nederlandse Spoorwegen of een gemeentelijk vervoerbedrijf.
De verwijzing naar "restitutie op gronden van billijkheid krachtens art 36" duidt op een bureaucratische souplesse waarbij, ondanks het verlies van een bewijsstuk (de kaart), toch tot uitbetaling wordt overgegaan omdat dit rechtvaardig wordt geacht. De nauwkeurige datering en nummering zijn typerend voor de Nederlandse administratieve discipline uit die tijd.