Officieel formulier / Verklaring van insluiting.
Origineel
Officieel formulier / Verklaring van insluiting. [Gedrukt/Getypt]
HUIS VAN BEWARING
AMSTERDAM
Amsterdam 7 Augustus 193 9
No. ........................................
Bijlagen: geene
Nº 86/26/4M. 1939 14/8
Ondergeteekende verklaart, dat
J. Jonker op 26 April 1939 in opgemeld ge-
sticht is ingesloten.
De Directeur van het Huis van Bewaring
te Amsterdam
[Handtekening: Molenaar]
[Handgeschreven, rood onderstreept]
m.i. retour s.v.p.
[Handgeschreven onderaan]
Volgens telef. inlichting
werd Jonker 9/8 39 ontslagen.
14/8 '39 [Smit?]
opbergen
6 weken vrijgesteld van betaling.
marktgeld Milenburg. - zie melding
marktambtenaar. 14/8 '39 [Smit?] Het document dient als officieel bewijs van de detentie van J. Jonker. De verklaring is opgesteld op 7 augustus 1939, terwijl de persoon al sinds 26 april van dat jaar vastzat. Opmerkelijk zijn de administratieve toevoegingen die na de datum van uitgifte zijn geplaatst:
- Vrijlating: Een handgeschreven notitie van 14 augustus 1939 vermeldt dat Jonker op 9 augustus is ontslagen (vrijgelaten), gebaseerd op telefonische informatie.
- Sociaal-economische consequentie: De onderste regels leggen een direct verband tussen de detentie en de beroepsuitoefening van de betrokkene. Er wordt melding gemaakt van een vrijstelling van zes weken voor het betalen van "marktgeld". Dit wijst erop dat J. Jonker waarschijnlijk een markthandelaar was die door zijn verblijf in het Huis van Bewaring zijn staanplaats niet kon exploiteren.
- Verwerking: De aantekening "zie melding marktambtenaar" suggereert dat dit document werd gebruikt om de administratie van de gemeentelijke marktdienst op orde te brengen. Dit document stamt uit de periode vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Het Huis van Bewaring in Amsterdam (destijds gevestigd aan de Weteringschans of de Amstelveenseweg) werd gebruikt voor preventieve hechtenis en korte straffen.
De bureaucratische nauwkeurigheid – waarbij zelfs een telefonische inlichting over ontslag wordt genoteerd om een betalingsvrijstelling voor marktgeld te rechtvaardigen – is kenmerkend voor de Nederlandse overheidsadministratie van die tijd. Het illustreert hoe ingrijpend een relatief korte gevangenisstraf kon zijn voor zelfstandige ondernemers zoals marktkooplieden, en hoe de overheid hier via specifieke regelingen (kwijtschelding van staangeld) soms rekening mee hield. J. Jonker
Samenvatting
Het document dient als officieel bewijs van de detentie van J. Jonker. De verklaring is opgesteld op 7 augustus 1939, terwijl de persoon al sinds 26 april van dat jaar vastzat. Opmerkelijk zijn de administratieve toevoegingen die na de datum van uitgifte zijn geplaatst:
- Vrijlating: Een handgeschreven notitie van 14 augustus 1939 vermeldt dat Jonker op 9 augustus is ontslagen (vrijgelaten), gebaseerd op telefonische informatie.
- Sociaal-economische consequentie: De onderste regels leggen een direct verband tussen de detentie en de beroepsuitoefening van de betrokkene. Er wordt melding gemaakt van een vrijstelling van zes weken voor het betalen van "marktgeld". Dit wijst erop dat J. Jonker waarschijnlijk een markthandelaar was die door zijn verblijf in het Huis van Bewaring zijn staanplaats niet kon exploiteren.
- Verwerking: De aantekening "zie melding marktambtenaar" suggereert dat dit document werd gebruikt om de administratie van de gemeentelijke marktdienst op orde te brengen.
Historische Context
Dit document stamt uit de periode vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Het Huis van Bewaring in Amsterdam (destijds gevestigd aan de Weteringschans of de Amstelveenseweg) werd gebruikt voor preventieve hechtenis en korte straffen.
De bureaucratische nauwkeurigheid – waarbij zelfs een telefonische inlichting over ontslag wordt genoteerd om een betalingsvrijstelling voor marktgeld te rechtvaardigen – is kenmerkend voor de Nederlandse overheidsadministratie van die tijd. Het illustreert hoe ingrijpend een relatief korte gevangenisstraf kon zijn voor zelfstandige ondernemers zoals marktkooplieden, en hoe de overheid hier via specifieke regelingen (kwijtschelding van staangeld) soms rekening mee hield.