Handgeschreven brief aan een overheidsinstantie.
Origineel
Handgeschreven brief aan een overheidsinstantie. 7 augustus 1939. E. Drukker, woonachtig aan de Oudeschans 58, Amsterdam. Nº 90 / 10 / 8 M. 1339 %
A. Dam. 7 Aug 1939.
Aan den Heer Directeur van
het Marktwezen te A. Dam
m Insp.
Hierdoor bericht ik u
dat ik weer uit het
ziekenhuis ben en van
af Zaterdag 5 Aug 1939
weer zelf mijn plaats
op het Moerveld bezet
Ik bedank u dan ook
vriendelijk voor de tijd
die Mej van Rooyen.
tijdelijk op mijn plaats
mocht staan.
Hoog achtend.
E. Drukker _
E. DRUKKER
OUDESCHANS. 58. In deze brief stelt E. Drukker de directie van het Amsterdamse Marktwezen op de hoogte van zijn/haar terugkeer op de markt. Na een verblijf in het ziekenhuis heeft de afzender op zaterdag 5 augustus 1939 de eigen standplaats weer ingenomen. De brief dient tevens als dankbetuiging voor de toestemming dat een zekere Mej. van Rooyen de plaats gedurende de afwezigheid mocht waarnemen.
Een opvallend detail is de benaming "Moerveld". Hoewel Amsterdam geen markt kent onder deze naam, is het zeer aannemelijk dat hier het Amstelveld wordt bedoeld. De schrijver hanteert een beleefde, formele toon die gebruikelijk was in correspondentie met officiële instanties. Het document dateert van augustus 1939, enkele weken voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het adres van de afzender, Oudeschans 58, bevond zich in het hart van de Joodse buurt in Amsterdam. De markthandel was een sector waarin veel Joodse Amsterdammers werkzaam waren.
De brief illustreert de strikte regulering van de Amsterdamse markten door het Marktwezen; standplaatsen mochten niet zomaar onbezet blijven of door derden worden ingenomen zonder expliciete melding of toestemming. De datum geeft het document een wrange bijsmaak: minder dan een jaar later zouden de Duitse bezetters beginnen met het stelselmatig uitsluiten van Joodse kooplieden van de openbare markten. A. Dam E. Drukker Marktwezen
Samenvatting
In deze brief stelt E. Drukker de directie van het Amsterdamse Marktwezen op de hoogte van zijn/haar terugkeer op de markt. Na een verblijf in het ziekenhuis heeft de afzender op zaterdag 5 augustus 1939 de eigen standplaats weer ingenomen. De brief dient tevens als dankbetuiging voor de toestemming dat een zekere Mej. van Rooyen de plaats gedurende de afwezigheid mocht waarnemen.
Een opvallend detail is de benaming "Moerveld". Hoewel Amsterdam geen markt kent onder deze naam, is het zeer aannemelijk dat hier het Amstelveld wordt bedoeld. De schrijver hanteert een beleefde, formele toon die gebruikelijk was in correspondentie met officiële instanties.
Historische Context
Het document dateert van augustus 1939, enkele weken voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het adres van de afzender, Oudeschans 58, bevond zich in het hart van de Joodse buurt in Amsterdam. De markthandel was een sector waarin veel Joodse Amsterdammers werkzaam waren.
De brief illustreert de strikte regulering van de Amsterdamse markten door het Marktwezen; standplaatsen mochten niet zomaar onbezet blijven of door derden worden ingenomen zonder expliciete melding of toestemming. De datum geeft het document een wrange bijsmaak: minder dan een jaar later zouden de Duitse bezetters beginnen met het stelselmatig uitsluiten van Joodse kooplieden van de openbare markten.