Doorslag van een officiële brief (correspondentie).
Origineel
Doorslag van een officiële brief (correspondentie). 20 maart 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen). extra
vP/G.
90/12/2 M
20 Maart 1939.
den Heer G.Schaap,
Zuid Einde 27,
M o n n i k e n d a m.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 8 dezer bericht
ik U, dat het daarin vervatte verzoek om U toe te staan
zich op de markt Mosplein te laten bystaan door Uw zoontje,
~~die~~ dat slechts 14 jaren oud is, niet voor inwilliging in aan-
merking kan komen.
De Directeur, * Inhoud: De brief is een formele afwijzing van een verzoek. De heer G. Schaap uit Monnikendam had gevraagd of zijn 14-jarige zoon hem mocht helpen op de markt aan het Mosplein. De directeur wijst dit verzoek af.
* Taal en stijl: Het taalgebruik is ambtelijk en kordaat ("niet voor inwilliging in aanmerking kan komen"). Het woord "niet" is onderstreept om de afwijzing te benadrukken.
* Correcties: In de getypte tekst is het betrekkelijk voornaamwoord "die" doorgehaald en vervangen door het handgeschreven "dat", aangezien "zoontje" een onzijdig zelfstandig naamwoord is.
* Vorm: Het betreft een doorslag op dun papier, wat gebruikelijk was voor het archief van de verzendende instantie. * Historische context: De brief dateert van maart 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De markt op het Mosplein in Amsterdam-Noord was (en is) een centrale plek voor de lokale economie.
* Regelgeving: De afwijzing heeft waarschijnlijk te maken met de toen geldende Marktverordening of de Arbeidswet. Hoewel de leerplichtleeftijd in die tijd lager lag, golden er strikte regels voor het toelaten van minderjarigen als hulpkrachten op openbare markten, vaak om kinderarbeid tegen te gaan of de orde te handhaven.
* Geografie: Het feit dat de heer Schaap in Monnikendam woonde maar op het Mosplein in Amsterdam handelde, getuigt van de regionale functie van de Amsterdamse markten voor handelaren uit omliggende plaatsen. G. Schaap Marktwezen
Samenvatting
- Inhoud: De brief is een formele afwijzing van een verzoek. De heer G. Schaap uit Monnikendam had gevraagd of zijn 14-jarige zoon hem mocht helpen op de markt aan het Mosplein. De directeur wijst dit verzoek af.
- Taal en stijl: Het taalgebruik is ambtelijk en kordaat ("niet voor inwilliging in aanmerking kan komen"). Het woord "niet" is onderstreept om de afwijzing te benadrukken.
- Correcties: In de getypte tekst is het betrekkelijk voornaamwoord "die" doorgehaald en vervangen door het handgeschreven "dat", aangezien "zoontje" een onzijdig zelfstandig naamwoord is.
- Vorm: Het betreft een doorslag op dun papier, wat gebruikelijk was voor het archief van de verzendende instantie.
Historische Context
- Historische context: De brief dateert van maart 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De markt op het Mosplein in Amsterdam-Noord was (en is) een centrale plek voor de lokale economie.
- Regelgeving: De afwijzing heeft waarschijnlijk te maken met de toen geldende Marktverordening of de Arbeidswet. Hoewel de leerplichtleeftijd in die tijd lager lag, golden er strikte regels voor het toelaten van minderjarigen als hulpkrachten op openbare markten, vaak om kinderarbeid tegen te gaan of de orde te handhaven.
- Geografie: Het feit dat de heer Schaap in Monnikendam woonde maar op het Mosplein in Amsterdam handelde, getuigt van de regionale functie van de Amsterdamse markten voor handelaren uit omliggende plaatsen.