Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 14 maart 1939 (met ontvangststempel van 15 maart 1939). Cornelis Bout, wonende aan de Kastanjelaan 11 te Huizen (NH). M.M.H.H. (Maatschappij voor Maatschappelijk Hulpbetoon, Amsterdam). [Paarse stempel linksboven:]
Nº 90/14/M. 1939 15/3
[Rechtsboven:]
Huizen 14. 3 '39
[Onder de datum, rechts:]
ni Insp.
[Adressering:]
M.M.H.H.
[Inhoud:]
Ondergeteekende Bout. Cornelis
standplaats hebbende, markt
Mosplein, verzoekt door deze be-
leefd, of. P. Paap. geboren 20 Juni
1893. wonende Bremstraat 12 I
Amsterdam (N). hem op die
markt eenige uren helpen mag.
[Afsluiting:]
Hoogachtend.
[Handtekening:]
C. Bout.
[Adres afzender:]
Kastanjelaan 11
Huizen (NH)
[Rechtsonder:]
cp * Inhoud: De heer Cornelis Bout, een marktkoopman met een standplaats op de markt aan het Mosplein, verzoekt de instantie om toestemming zodat P. Paap hem een aantal uren mag assisteren op de markt.
* Personen:
* Cornelis Bout: De verzoeker. Opmerkelijk is dat hij in Huizen woont, maar zijn nering in Amsterdam-Noord drijft.
* P. Paap: De beoogde helper, geboren op 20 juni 1893. Hij woont in de Bremstraat (Tuindorp Noord), op loopafstand van de markt op het Mosplein.
* Administratieve context: De brief is voorzien van een officieel stempel en een handgeschreven kanttekening ("ni Insp."), wat duidt op een formele behandeling door een gemeentelijke of sociale dienst. Het verzoek is zeer specifiek wat betreft persoonsgegevens (geboortedatum en adres), wat noodzakelijk was voor de controle op arbeidsvergunningen of uitkeringsregels. * Maatschappelijk Hulpbetoon (M.M.H.H.): In de crisisjaren dertig hield de Maatschappij voor Maatschappelijk Hulpbetoon in Amsterdam toezicht op de uitvoering van de steunverlening aan werklozen. Als de genoemde P. Paap "in de steun" zat, mocht hij geen onbetaald of betaald werk verrichten zonder uitdrukkelijke toestemming, omdat dit invloed kon hebben op zijn uitkering.
* Mosplein: De markt op het Mosplein in Amsterdam-Noord was (en is) een centraal punt in de wijk Tuindorp Oostzaan. In 1939 was dit een vitale plek voor de lokale voedselvoorziening.
* Tijdsbeeld: De brief dateert van maart 1939, een half jaar voor de mobilisatie en de inval van de Duitsers. Het document illustreert de strenge regels en bureaucratie waar kleine zelfstandigen en arbeiders in het vooroorlogse Nederland mee te maken hadden. De noodzaak om officieel toestemming te vragen voor "eenige uren" hulp getuigt van het scherpe toezicht op de arbeidsmarkt tijdens de nasleep van de Grote Depressie. C. Bout Cornelis Bout (De heer) P. Paap
Samenvatting
- Inhoud: De heer Cornelis Bout, een marktkoopman met een standplaats op de markt aan het Mosplein, verzoekt de instantie om toestemming zodat P. Paap hem een aantal uren mag assisteren op de markt.
- Personen:
- Cornelis Bout: De verzoeker. Opmerkelijk is dat hij in Huizen woont, maar zijn nering in Amsterdam-Noord drijft.
- P. Paap: De beoogde helper, geboren op 20 juni 1893. Hij woont in de Bremstraat (Tuindorp Noord), op loopafstand van de markt op het Mosplein.
- Administratieve context: De brief is voorzien van een officieel stempel en een handgeschreven kanttekening ("ni Insp."), wat duidt op een formele behandeling door een gemeentelijke of sociale dienst. Het verzoek is zeer specifiek wat betreft persoonsgegevens (geboortedatum en adres), wat noodzakelijk was voor de controle op arbeidsvergunningen of uitkeringsregels.
Historische Context
- Maatschappelijk Hulpbetoon (M.M.H.H.): In de crisisjaren dertig hield de Maatschappij voor Maatschappelijk Hulpbetoon in Amsterdam toezicht op de uitvoering van de steunverlening aan werklozen. Als de genoemde P. Paap "in de steun" zat, mocht hij geen onbetaald of betaald werk verrichten zonder uitdrukkelijke toestemming, omdat dit invloed kon hebben op zijn uitkering.
- Mosplein: De markt op het Mosplein in Amsterdam-Noord was (en is) een centraal punt in de wijk Tuindorp Oostzaan. In 1939 was dit een vitale plek voor de lokale voedselvoorziening.
- Tijdsbeeld: De brief dateert van maart 1939, een half jaar voor de mobilisatie en de inval van de Duitsers. Het document illustreert de strenge regels en bureaucratie waar kleine zelfstandigen en arbeiders in het vooroorlogse Nederland mee te maken hadden. De noodzaak om officieel toestemming te vragen voor "eenige uren" hulp getuigt van het scherpe toezicht op de arbeidsmarkt tijdens de nasleep van de Grote Depressie.