Ambtelijke brief/memorandum
Origineel
Ambtelijke brief/memorandum 19 april 1939 J. Renz, Marktopzichter (Marktopz.) De Heer Inspecteur Waterlooplein 19 April 1939
Den Heer
Inspecteur
____
Hierbij zou ik U in overweging willen
geven het verzoek van Dhr. H. Reinhart
pl: n: 93, om uitstel van plaatsbezetten, toe
te staan t/m 6 Mei a.s.; maar dat Dhr. Reinhart
geregeld het verschuldigde marktgeld moet
betalen, aangezien hij met ingang van 10 April
j.l., op de controle weekstaat opgevoerd is als
vaste plaatshouder –
Marktopz.
J. Renz Het document is een kort, formeel schrijven van de marktopzichter van het Amsterdamse Waterlooplein aan zijn superieur, de inspecteur. De kern van de brief is een beleidsmatig advies betreffende een individuele marktkraamhouder, de heer H. Reinhart.
De heer Reinhart heeft een verzoek ingediend om zijn toegewezen standplaats (nummer 93) pas later fysiek in gebruik te nemen, namelijk vanaf 6 mei 1939. De marktopzichter, J. Renz, adviseert om hiermee akkoord te gaan, maar stelt daar een belangrijke voorwaarde tegenover: het marktgeld moet wel vanaf het moment van toewijzing betaald worden.
De juridische/administratieve basis hiervoor is dat Reinhart sinds 10 april 1939 officieel als "vaste plaatshouder" in de administratie (de controle weekstaat) staat ingeschreven. Hiermee wordt duidelijk dat de financiële verplichting aan de gemeente gekoppeld is aan het recht op de standplaats, ongeacht of deze op dat moment daadwerkelijk wordt bezet door een kraam. Dit document biedt een inkijkje in de dagelijkse gang van zaken op de markt van het Waterlooplein vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het Waterlooplein was in die tijd het hart van de handel in de Amsterdamse Jodenbuurt.
De bureaucratie rondom de marktvergunningen was strikt. De term "vaste plaatshouder" was van groot belang; het bood zekerheid voor de koopman, maar bracht ook vaste lasten met zich mee. In een tijd van economische onzekerheid was de inning van "marktgeld" een essentiële inkomstenbron voor de gemeente. De datum, april 1939, plaatst dit document in de laatste maanden van relatieve normaliteit voordat de bezetting en de daaropvolgende maatregelen tegen Joodse marktkooplieden het karakter van het Waterlooplein definitief zouden veranderen. H. Reinhart J. Renz Reinhart heeft (De heer)
Samenvatting
Het document is een kort, formeel schrijven van de marktopzichter van het Amsterdamse Waterlooplein aan zijn superieur, de inspecteur. De kern van de brief is een beleidsmatig advies betreffende een individuele marktkraamhouder, de heer H. Reinhart.
De heer Reinhart heeft een verzoek ingediend om zijn toegewezen standplaats (nummer 93) pas later fysiek in gebruik te nemen, namelijk vanaf 6 mei 1939. De marktopzichter, J. Renz, adviseert om hiermee akkoord te gaan, maar stelt daar een belangrijke voorwaarde tegenover: het marktgeld moet wel vanaf het moment van toewijzing betaald worden.
De juridische/administratieve basis hiervoor is dat Reinhart sinds 10 april 1939 officieel als "vaste plaatshouder" in de administratie (de controle weekstaat) staat ingeschreven. Hiermee wordt duidelijk dat de financiële verplichting aan de gemeente gekoppeld is aan het recht op de standplaats, ongeacht of deze op dat moment daadwerkelijk wordt bezet door een kraam.
Historische Context
Dit document biedt een inkijkje in de dagelijkse gang van zaken op de markt van het Waterlooplein vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het Waterlooplein was in die tijd het hart van de handel in de Amsterdamse Jodenbuurt.
De bureaucratie rondom de marktvergunningen was strikt. De term "vaste plaatshouder" was van groot belang; het bood zekerheid voor de koopman, maar bracht ook vaste lasten met zich mee. In een tijd van economische onzekerheid was de inning van "marktgeld" een essentiële inkomstenbron voor de gemeente. De datum, april 1939, plaatst dit document in de laatste maanden van relatieve normaliteit voordat de bezetting en de daaropvolgende maatregelen tegen Joodse marktkooplieden het karakter van het Waterlooplein definitief zouden veranderen.