Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). J. Spruijt, Waterlooplein 28, Amsterdam. A/14/11/1939 [rechtsboven:] zie map.
Wel Edele Heer nogmaals doe ik
Een beroep op u wel willendheid
om al nog de gunst dat mijn zoon
Zonder mijn Vrouw de plaats
Mosplein moogd bezetten daar mijn
Vrouw nog niet geheel herstelt
is en niet zoover kan gaan met
Haar oogen. Bij voorbaat mijn
Dank voor u medewerking
Achtend
J Spruijt
Waterlooplein 28
[Stempel:] Nº 90/22/4 M. 1939 16/11
[Rechtsonder:] 90 * Inhoud: De schrijver, J. Spruijt, verzoekt een autoriteit (waarschijnlijk de marktmeester of een gemeentelijke instantie) om toestemming voor zijn zoon om een marktplaats op het Mosplein te bezetten zonder de aanwezigheid van zijn vrouw.
* Reden: De echtgenote van de schrijver is herstellende van een medische aandoening aan haar ogen, waardoor zij niet in staat is om naar de markt te reizen of daar te werken.
* Taalgebruik: De brief is geschreven in een beleefde, enigszins formele toon ("Wel Edele Heer", "wel willendheid"). Er zijn enkele archaïsche spellingen en grammaticale constructies zichtbaar, zoals "moogd" (voor 'moge' of 'mag') en "wel willendheid" in twee woorden.
* Handschrift: Een vlot, geoefend handschrift, kenmerkend voor de eerste helft van de 20e eeuw. De tekst is goed leesbaar op gelinieerd papier geschreven. * Locatie: De afzender woont aan het Waterlooplein 28. Het Waterlooplein was (en is) een bekende Amsterdamse marktbuurt, vanouds een centrum van de Joodse handel. Het Mosplein bevindt zich in Amsterdam-Noord en was destijds ook een belangrijke marktlocatie.
* Tijdsbeeld: November 1939 valt in de periode van de mobilisatie in Nederland, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland (mei 1940). Hoewel het land nog neutraal was, was de economische en sociale situatie gespannen.
* Marktreglementen: In die tijd waren de regels voor marktkramen streng. Vergunninghouders moesten vaak persoonlijk aanwezig zijn. Voor vervanging door familieleden was officiële toestemming nodig, zeker als de hoofdvrouw (die blijkbaar medevergunninghouder of noodzakelijk was voor de bezetting) verstek moest laten gaan.
* Sociaal-economisch: De brief geeft een inkijkje in het leven van een marktkraamhoudersfamilie die worstelt met gezondheidsproblemen en de bureaucratische eisen van de stad. De afhankelijkheid van de 'gunst' van de ambtenaar is tekenend voor de hiërarchische verhoudingen van die tijd. J. Spruijt
Samenvatting
- Inhoud: De schrijver, J. Spruijt, verzoekt een autoriteit (waarschijnlijk de marktmeester of een gemeentelijke instantie) om toestemming voor zijn zoon om een marktplaats op het Mosplein te bezetten zonder de aanwezigheid van zijn vrouw.
- Reden: De echtgenote van de schrijver is herstellende van een medische aandoening aan haar ogen, waardoor zij niet in staat is om naar de markt te reizen of daar te werken.
- Taalgebruik: De brief is geschreven in een beleefde, enigszins formele toon ("Wel Edele Heer", "wel willendheid"). Er zijn enkele archaïsche spellingen en grammaticale constructies zichtbaar, zoals "moogd" (voor 'moge' of 'mag') en "wel willendheid" in twee woorden.
- Handschrift: Een vlot, geoefend handschrift, kenmerkend voor de eerste helft van de 20e eeuw. De tekst is goed leesbaar op gelinieerd papier geschreven.
Historische Context
- Locatie: De afzender woont aan het Waterlooplein 28. Het Waterlooplein was (en is) een bekende Amsterdamse marktbuurt, vanouds een centrum van de Joodse handel. Het Mosplein bevindt zich in Amsterdam-Noord en was destijds ook een belangrijke marktlocatie.
- Tijdsbeeld: November 1939 valt in de periode van de mobilisatie in Nederland, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland (mei 1940). Hoewel het land nog neutraal was, was de economische en sociale situatie gespannen.
- Marktreglementen: In die tijd waren de regels voor marktkramen streng. Vergunninghouders moesten vaak persoonlijk aanwezig zijn. Voor vervanging door familieleden was officiële toestemming nodig, zeker als de hoofdvrouw (die blijkbaar medevergunninghouder of noodzakelijk was voor de bezetting) verstek moest laten gaan.
- Sociaal-economisch: De brief geeft een inkijkje in het leven van een marktkraamhoudersfamilie die worstelt met gezondheidsproblemen en de bureaucratische eisen van de stad. De afhankelijkheid van de 'gunst' van de ambtenaar is tekenend voor de hiërarchische verhoudingen van die tijd.