Archiefdocument
Origineel
25 september 1939 R. Brander, woonachtig aan de Zwanenburgwal 66hs, Amsterdam. Nº 90/52/1 M. 1939 25/9
Amsterdam 25 september 1939
M. de Insp.
Daar ik wegens een auto ongeval
met een gebroken enkel ligt en
in geen enkele weken op straat
mag, wil ik u beleefd vragen
of mijn zoon Hartog Brander
voor mijn op mijn plaats op
het Mosplein en op Uilenburg
mag staan. Hopende dat u mijn
schrijven niet achterwege wil
laten, en dat ik van u een
spoedig en gunstig resultaat
mag ontvangen.
In beleefde
afwachting,
zoo teeken ik
R. Brander
Zwanenburgwal 66hs
Amsterdam C 90/31
B. 351 De brief is een formeel verzoekschrift van een markthandelaar aan de gemeente Amsterdam (Marktwezen). De schrijver, R. Brander, verzoekt om een tijdelijke vervanging vanwege overmacht. Door een auto-ongeluk heeft hij een gebroken enkel opgelopen, waardoor hij "geen enkele weken" (bedoeld wordt: enkele weken niet) zijn beroep op straat kan uitoefenen. Hij draagt zijn zoon, Hartog Brander, voor als tijdelijke vervanger voor zijn vaste standplaatsen op het Mosplein (Amsterdam-Noord) en op Uilenburg (Amsterdam-Centrum). De brief is geschreven in een onderdanige, beleefde stijl die typerend was voor de communicatie tussen burgers en overheid in die periode. Dit document is historisch relevant vanwege de sociaal-geografische details. De afzender woont aan de Zwanenburgwal, in het hart van de toenmalige Joodse buurt van Amsterdam. Ook de namen (Hartog Brander) en de locatie van de markt op Uilenburg wijzen op een Joodse achtergrond. De brief dateert van september 1939, de maand waarin de Tweede Wereldoorlog in Europa uitbrak. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, heerste er grote onzekerheid. In de jaren die volgden zouden de markthandel en de bewoners van deze buurten drastisch en tragisch worden getroffen door de Duitse bezettingsmaatregelen. De strikte administratie rondom marktplaatsen, zoals blijkt uit de diverse stempels en nummers, was noodzakelijk omdat een standplaatsvergunning een kostbaar persoonlijk recht was. M. de Insp R. Brander Gemeente Amsterdam Marktwezen
Samenvatting
De brief is een formeel verzoekschrift van een markthandelaar aan de gemeente Amsterdam (Marktwezen). De schrijver, R. Brander, verzoekt om een tijdelijke vervanging vanwege overmacht. Door een auto-ongeluk heeft hij een gebroken enkel opgelopen, waardoor hij "geen enkele weken" (bedoeld wordt: enkele weken niet) zijn beroep op straat kan uitoefenen. Hij draagt zijn zoon, Hartog Brander, voor als tijdelijke vervanger voor zijn vaste standplaatsen op het Mosplein (Amsterdam-Noord) en op Uilenburg (Amsterdam-Centrum). De brief is geschreven in een onderdanige, beleefde stijl die typerend was voor de communicatie tussen burgers en overheid in die periode.
Historische Context
Dit document is historisch relevant vanwege de sociaal-geografische details. De afzender woont aan de Zwanenburgwal, in het hart van de toenmalige Joodse buurt van Amsterdam. Ook de namen (Hartog Brander) en de locatie van de markt op Uilenburg wijzen op een Joodse achtergrond. De brief dateert van september 1939, de maand waarin de Tweede Wereldoorlog in Europa uitbrak. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, heerste er grote onzekerheid. In de jaren die volgden zouden de markthandel en de bewoners van deze buurten drastisch en tragisch worden getroffen door de Duitse bezettingsmaatregelen. De strikte administratie rondom marktplaatsen, zoals blijkt uit de diverse stempels en nummers, was noodzakelijk omdat een standplaatsvergunning een kostbaar persoonlijk recht was.