Archiefdocument
Origineel
11 oktober (jaar onvermeld, maar de context en het schrift suggereren de vroege tot midden 20e eeuw). F. L. Wieffering Vermoedelijk een gemeentelijke instantie of marktmeester (gezien de context van een "plaats op de markt"). is en een ieder is weer in zijn
eigen werk dan kom ik ook weer
zonder dan kan ik weer mijn plaats
in nemen op de markt. Steun krijg
ik niet want dan vinden ze niet noodig
ik ben nog ongehuwd. Dus als u deze
brief nou goed leest dan zult u wel
begrijpen dat ik een geldige reden heb
dat ik niet op de markt kom om
mijn plaats in te nemen dus volgens
mij heb ik geen schuld ik heb bijtijds
gewaarschuwd en zou graag mijn
plaats willen houden en ik hoop
hem weer spoedig in te nemen.
F. L. Wieffering
Insulindeweg 139 III Oost
No. 90/57/1 M. 11 October In deze brief verdedigt F. L. Wieffering het behoud van zijn of haar standplaats op de markt. De schrijver legt uit dat de afwezigheid tijdelijk is en dat er tijdig een melding van is gemaakt ("bijtijds gewaarschuwd"). Er wordt benadrukt dat de schrijver geen financiële bijstand ("steun") ontvangt, met als reden dat hij of zij nog ongehuwd is. Dit wijst op een precaire financiële situatie waarin de marktplaats essentieel is voor het levensonderhoud. De toon is beleefd doch dringend; de schrijver wil voorkomen dat de afwezigheid wordt gezien als nalatigheid ("geen schuld") en smeekt om het behoud van de vergunning. Dit document past in de context van de strenge regulering van Amsterdamse marktplaatsen in de eerste helft van de 20e eeuw. Tijdens periodes van economische crisis, zoals de jaren '30, was een marktvergunning zeer gewild en gebonden aan strikte regels omtrent aanwezigheid. De opmerking over het niet ontvangen van 'steun' (werklozensteun of sociale bijstand) omdat men ongehuwd was, weerspiegelt de toenmalige sociale wetgeving, waarbij alleenstaanden vaak als laatste in aanmerking kwamen voor hulp. Het adres op de Insulindeweg duidt op een bewoner van Amsterdam-Oost, een buurt die in die tijd veel arbeiders en kleine zelfstandigen huisvestte. De numerieke code onderaan ("No. 90/57/1") suggereert dat de brief onderdeel is van een officieel administratief dossier. L. Wieffering
Samenvatting
In deze brief verdedigt F. L. Wieffering het behoud van zijn of haar standplaats op de markt. De schrijver legt uit dat de afwezigheid tijdelijk is en dat er tijdig een melding van is gemaakt ("bijtijds gewaarschuwd"). Er wordt benadrukt dat de schrijver geen financiële bijstand ("steun") ontvangt, met als reden dat hij of zij nog ongehuwd is. Dit wijst op een precaire financiële situatie waarin de marktplaats essentieel is voor het levensonderhoud. De toon is beleefd doch dringend; de schrijver wil voorkomen dat de afwezigheid wordt gezien als nalatigheid ("geen schuld") en smeekt om het behoud van de vergunning.
Historische Context
Dit document past in de context van de strenge regulering van Amsterdamse marktplaatsen in de eerste helft van de 20e eeuw. Tijdens periodes van economische crisis, zoals de jaren '30, was een marktvergunning zeer gewild en gebonden aan strikte regels omtrent aanwezigheid. De opmerking over het niet ontvangen van 'steun' (werklozensteun of sociale bijstand) omdat men ongehuwd was, weerspiegelt de toenmalige sociale wetgeving, waarbij alleenstaanden vaak als laatste in aanmerking kwamen voor hulp. Het adres op de Insulindeweg duidt op een bewoner van Amsterdam-Oost, een buurt die in die tijd veel arbeiders en kleine zelfstandigen huisvestte. De numerieke code onderaan ("No. 90/57/1") suggereert dat de brief onderdeel is van een officieel administratief dossier.