Archiefdocument
Origineel
De Directeur (van een niet nader gespecificeerde gemeentelijke afdeling) DV.
8A/12/2 M. Verzonden 26/3-'40
n 4
23 Maart 1940.
den Heer Directeur der
Afdeeling Arbeidszaken,
Raadhuis, kamer 216,
A l h i e r .
Naar aanleiding van Uw circulaire d.d. 5 Januari
1940 No.62/3 A.V.1939 heb ik de eer U bijgaand de met deze cir-
culaire ontvangen staten, voorzien van de gegevens voor het
dienstjaar 1939, te retourneeren.
De Directeur, Dit document is een klassieke ambtelijke geleidebrief. Het dient als formeel bewijs voor het terugzenden van administratieve documenten ("staten"). De toon is uiterst formeel en hoffelijk, kenmerkend voor de vooroorlogse Nederlandse ambtenarij (bijv. "heb ik de eer U").
Opvallend is de administratieve verwerking: hoewel de brief gedateerd is op 23 maart, geeft de handgeschreven aantekening aan dat het document pas op 26 maart daadwerkelijk is verzonden. De term "Alhier" in het adres duidt erop dat de correspondentie plaatsvindt binnen dezelfde gemeente (waarschijnlijk Amsterdam, gezien de kamerverwijzing in een groot Raadhuis). Het document getuigt van de nauwkeurige verslaglegging van het "dienstjaar 1939", waarbij gegevens werden verzameld via circulaire instructies. Het document is geschreven in de lente van 1940, slechts enkele weken voor de Duitse inval in Nederland op 10 mei. Ondanks de dreigende internationale situatie en de al lopende mobilisatie, laat dit document zien dat de gemeentelijke bureaucratie en de normale administratieve cycli – zoals het afsluiten van het statistische of financiële jaar 1939 – gewoon doorgingen. De "Afdeeling Arbeidszaken" speelde in deze periode een cruciale rol in het beheer van werkverschaffingsprojecten en sociale steun, thema's die door de economische malaise van de jaren '30 en de oorlogsdreiging zeer actueel waren.
Samenvatting
Dit document is een klassieke ambtelijke geleidebrief. Het dient als formeel bewijs voor het terugzenden van administratieve documenten ("staten"). De toon is uiterst formeel en hoffelijk, kenmerkend voor de vooroorlogse Nederlandse ambtenarij (bijv. "heb ik de eer U").
Opvallend is de administratieve verwerking: hoewel de brief gedateerd is op 23 maart, geeft de handgeschreven aantekening aan dat het document pas op 26 maart daadwerkelijk is verzonden. De term "Alhier" in het adres duidt erop dat de correspondentie plaatsvindt binnen dezelfde gemeente (waarschijnlijk Amsterdam, gezien de kamerverwijzing in een groot Raadhuis). Het document getuigt van de nauwkeurige verslaglegging van het "dienstjaar 1939", waarbij gegevens werden verzameld via circulaire instructies.
Historische Context
Het document is geschreven in de lente van 1940, slechts enkele weken voor de Duitse inval in Nederland op 10 mei. Ondanks de dreigende internationale situatie en de al lopende mobilisatie, laat dit document zien dat de gemeentelijke bureaucratie en de normale administratieve cycli – zoals het afsluiten van het statistische of financiële jaar 1939 – gewoon doorgingen. De "Afdeeling Arbeidszaken" speelde in deze periode een cruciale rol in het beheer van werkverschaffingsprojecten en sociale steun, thema's die door de economische malaise van de jaren '30 en de oorlogsdreiging zeer actueel waren.