Archiefdocument
Origineel
10 januari 1940. GEMEENTE AMSTERDAM
AMSTERDAM, 10 Januari 1940.
AFD. Fin.
No. 9/23.5 - 1940 -
BIJLAGEN
[Paars stempel:] № 8A/17/ M. 1940
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD
NAUWKEURIG HET NUMMER VAN DIT SCHRIJVEN
EN DE AFDEELING TE VERMELDEN.
In verband met de regeling der aanslagen over 1940 in de Zakelijke belasting op het bedrijf. krachtens de Verordening door den Raad, vastgesteld bij besluit van 25 November 1931, heb ik de eer U te verzoeken mij - zoo spoedig mogelijk - een opgave te verstrekken van het aantal arbeiders, dat op 1 Juli 1939 bij Uw bedrijf werkzaam was tegen een loon, dat over een jaar berekend, minder bedroeg dan f. 2500.-.
EB. De Administrateur van de afdeeling Financiën,
[Handtekening]
Aan
den heer Directeur van de Centrale Markt
Model G.A. 7
5000-9-'39 Deze brief is een formeel verzoek van de Amsterdamse gemeentelijke belastingdienst aan de directeur van de Centrale Markt. Het doel is het verzamelen van gegevens voor de heffing van de 'Zakelijke belasting op het bedrijf' voor het belastingjaar 1940.
De belastingdienst vraagt specifiek naar het aantal werknemers dat op de peildatum 1 juli 1939 in dienst was en een jaarinkomen genoot van minder dan 2.500 gulden. Dit wijst erop dat de hoogte van de bedrijfsbelasting mede afhankelijk was van de omvang en de loonkosten van het personeelsbestand, waarbij werknemers in een lagere loonklasse als maatstaf dienden voor de berekening. Het document dateert van januari 1940. Dit is een historisch cruciaal moment: Nederland bevond zich in de periode van de 'Mobilisatie' en de 'Schemeroorlog' (Phoney War), slechts vier maanden voor de Duitse inval in mei 1940. Ondanks de oorlogsdreiging draaide de gemeentelijke bureaucratie en de belastingheffing nog op volle toeren volgens de vigerende wetgeving (in dit geval een besluit uit 1931).
De 'Centrale Markt' (gelegen aan de Jan van Galenstraat) was de spil van de Amsterdamse voedselvoorziening. Het feit dat dergelijke gedetailleerde sociaal-economische data werden opgevraagd, geeft historici inzicht in de loonstructuren van die tijd; een inkomen van 2.500 gulden markeerde destijds een duidelijke grens tussen geschoolde arbeiders/lagere beambten en de hogere middenklasse.
Samenvatting
Deze brief is een formeel verzoek van de Amsterdamse gemeentelijke belastingdienst aan de directeur van de Centrale Markt. Het doel is het verzamelen van gegevens voor de heffing van de 'Zakelijke belasting op het bedrijf' voor het belastingjaar 1940.
De belastingdienst vraagt specifiek naar het aantal werknemers dat op de peildatum 1 juli 1939 in dienst was en een jaarinkomen genoot van minder dan 2.500 gulden. Dit wijst erop dat de hoogte van de bedrijfsbelasting mede afhankelijk was van de omvang en de loonkosten van het personeelsbestand, waarbij werknemers in een lagere loonklasse als maatstaf dienden voor de berekening.
Historische Context
Het document dateert van januari 1940. Dit is een historisch cruciaal moment: Nederland bevond zich in de periode van de 'Mobilisatie' en de 'Schemeroorlog' (Phoney War), slechts vier maanden voor de Duitse inval in mei 1940. Ondanks de oorlogsdreiging draaide de gemeentelijke bureaucratie en de belastingheffing nog op volle toeren volgens de vigerende wetgeving (in dit geval een besluit uit 1931).
De 'Centrale Markt' (gelegen aan de Jan van Galenstraat) was de spil van de Amsterdamse voedselvoorziening. Het feit dat dergelijke gedetailleerde sociaal-economische data werden opgevraagd, geeft historici inzicht in de loonstructuren van die tijd; een inkomen van 2.500 gulden markeerde destijds een duidelijke grens tussen geschoolde arbeiders/lagere beambten en de hogere middenklasse.