Archiefdocument
Origineel
24 januari 1940 (datum van de begeleidende brief). Behoort bij brief No. 8A~~9~~25/1 M. d.d. 24 Januari 1940 aan den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen.
BIJLAGE III.
| 1935 | 1936 | 1937 | 1938 | 1939 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Dagmarkten | f 80.072,-- | f 80.619,65 | f 81.291,50 | f 91.745,35 | f 89.628,85 |
| Weekmarkten | " 10.408,20 | " 10.250,95 | " 10.890,65 | " 12.621,45 | " 12.815,95 |
| Brandstoffenmarkten | " 19.632,86 | " 21.711,40 | " 21.929,30 | " 21.123,62 | " 20.941,64 |
| Boom- en bloemmarkt | " 2.475,02 | " 2.035,34 | " 2.012,23 | " 2.025,90 | " 1.628,02 |
| Automarkt | " --,-- | " --,-- | van 24-5-37 af 1.136,10 | "" 1.610,70 | " 1.543,20 |
| ____________ | ____________ | ____________ | ____________ | ____________ | |
| f 112.588,08 | f 114.617,34 | f 117.259,78 | f 129.127,02 | f 126.557,66 | |
| ============ | ============ | ============ | ============ | ============ |
| Standplaats- | |||||
| vergunningen | f 8.767,50 | f 11.273,05 | f 13.037,70 | f 13.465,95 | f 13.628,52 |
| (+400 st.) | (+650 st.) | (+650 st.) | (+660 st.) | (+640 st.) | |
| kramengeld | f --,-- | f --,-- | f --,-- | van 1-12-38 af 462,97 | f 7.843,15 |
| ____________ | ____________ | ____________ | ____________ | ____________ | |
| f 8.767,50 | f 11.273,05 | f 13.037,70 | f 13.928,92 | f 21.471,67 | |
| ============ | ============ | ============ | ============ | ============ | |
| * Trends: De totale inkomsten van de primaire markten stijgen gestaag tot 1938, waarna er in 1939 een lichte daling is. De inkomsten uit standplaatsvergunningen vertonen een duidelijke groei, wat wijst op een toename van het aantal vaste marktkooplui (aangegeven in 'st.', stuks/vergunningen). | |||||
| * Nieuwe elementen: De "Automarkt" start op 24 mei 1937. Het "kramengeld" wordt ingevoerd op 1 december 1938, wat in 1939 voor een flinke stijging in die specifieke categorie zorgt. Dit document stamt uit januari 1940, de periode van de mobilisatie in Nederland, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in het land. De markt was een cruciaal onderdeel van de voedselvoorziening en de lokale economie. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" hield toezicht op de beschikbaarheid en distributie van voedsel, waarbij de "Directeur van het Marktwezen" rapporteerde over de logistieke en financiële kant van de marktplaatsen. De stijgende inkomsten kunnen duiden op een professionalisering van de markten of een toenemende afhankelijkheid van de bevolking van deze markten in de jaren van economisch herstel en daaropvolgende oorlogsdreiging. Marktwezen |
Samenvatting
- Inkomstenbronnen: De tabel splitst de inkomsten uit in dagmarkten, weekmarkten, brandstoffenmarkten (waarschijnlijk voor steenkool en hout), boom- en bloemmarkten en de relatief nieuwe automarkt. Daarnaast zijn er inkomsten uit standplaatsvergunningen en het later ingevoerde kramengeld.
- Trends: De totale inkomsten van de primaire markten stijgen gestaag tot 1938, waarna er in 1939 een lichte daling is. De inkomsten uit standplaatsvergunningen vertonen een duidelijke groei, wat wijst op een toename van het aantal vaste marktkooplui (aangegeven in 'st.', stuks/vergunningen).
- Nieuwe elementen: De "Automarkt" start op 24 mei 1937. Het "kramengeld" wordt ingevoerd op 1 december 1938, wat in 1939 voor een flinke stijging in die specifieke categorie zorgt.
Historische Context
Dit document stamt uit januari 1940, de periode van de mobilisatie in Nederland, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in het land. De markt was een cruciaal onderdeel van de voedselvoorziening en de lokale economie. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" hield toezicht op de beschikbaarheid en distributie van voedsel, waarbij de "Directeur van het Marktwezen" rapporteerde over de logistieke en financiële kant van de marktplaatsen. De stijgende inkomsten kunnen duiden op een professionalisering van de markten of een toenemende afhankelijkheid van de bevolking van deze markten in de jaren van economisch herstel en daaropvolgende oorlogsdreiging.