Getypte ambtelijke brief (waarschijnlijk een doorslag of stencil).
Origineel
Getypte ambtelijke brief (waarschijnlijk een doorslag of stencil). 24 januari 1940 (gebaseerd op "24 Januari" en de referentie "x40"). De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen. 3
SA/25/1
Amsterdam.
24 Januari x40
den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen,
op niet-electrisch verlichte markten komen mijns inziens voor
verhooging in aanmerking. Tot staving van deze opvatting
deelde ik U mede, dat uit een desbetreffend onderzoek is
gebleken, dat de meerderheid der vaste-plaatshouders op de
markten hier ter stede slechts op één enkele markt een plaats
bezetten. De van de zijde der marktkooplieden-organisaties
bij herhaling geuite bewering, dat het marktgeld hier ter
stede in werkelijkheid voor de kooplieden belangrijk hooger
is, omdat zij genoodzaakt zijn op meer dan één markt een
plaats te bezetten, wordt door het vorenbedoelde onderzoek
niet bevestigd. Bijgaande staat no. IV geeft hiervan een beeld.
Weliswaar mag hieruit niet zonder meer de conclusie worden
getrokken, dat de meerderheid der Amsterdamsche kooplieden op
één enkele markt hun bestaan kunnen vinden - neveninkomsten
en bezoek van markten buiten Amsterdam spelen hier ook een
rol - desniettemin wijst bijgaande staat wel in evenbedoelde
richting. Nadere gegevens worden hieromtrent nog verzameld.
De Directeur, * Kernboodschap: De directeur adviseert de wethouder dat de marktgelden voor markten zonder elektrische verlichting verhoogd kunnen worden. Hij ontkracht hiermee de bezwaren van marktkooplieden-organisaties.
* Argumentatie: De kooplieden claimen dat ze op meerdere markten moeten staan om rond te komen, waardoor de cumulatieve kosten te hoog zouden zijn. Uit onderzoek van de directeur blijkt echter dat de meeste "vaste-plaatshouders" in Amsterdam slechts op één markt staan.
* Nuance: De schrijver houdt een slag om de arm door te erkennen dat een standplaats op één markt niet per se betekent dat men daar een volledig inkomen uit haalt; er kan sprake zijn van neveninkomsten of activiteiten op markten buiten de stadsgrenzen.
* Stijl: De tekst is geschreven in een zakelijke, ambtelijke stijl die typerend is voor de vroege 20e eeuw (bijv. "mijns inziens", "tot staving van deze opvatting"). Dit document stamt uit januari 1940, een periode van verhoogde spanning in Nederland vlak voor de Duitse inval in mei 1940. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had een cruciale rol in de stadsorganisatie, aangezien de voedselvoorziening en distributie via markten essentieel waren voor de bevolking. De discussie over marktgelden toont de constante spanning tussen het gemeentelijk streven naar inkomsten (om de kosten van marktbeheer te dekken) en de belangenbehartiging door vroege vakbonden of belangenorganisaties van marktkooplieden. Het document geeft een inkijkje in de statistische manier waarop de gemeente Amsterdam haar beleid trachtte te onderbouwen.