Getypte bijlage (Bijlage I) behorende bij een brief (no. 8A/25/1 H.).
Origineel
Getypte bijlage (Bijlage I) behorende bij een brief (no. 8A/25/1 H.). 24 januari 1940. Directeur van het Marktwezen. Behoort bij brief no. 8A/25/1 H. d.d. 24 Januari 1940 aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen.
BIJLAGE I.
/van Bezuinigingen op salarissen/ontslagen, doch niet vervangen ambtenaren.
| Bedrag per jaar | |
|---|---|
| 1. De hoofdopzichter P.H. de Jonge (salarisgroep VII), die per 22 Juni 1936 naar den dienst der Gem.Handelsinrichtingen was gedetacheerd, werd per 1 Januari 1937 vervangen door den technischen-opzichter T. Jonkman (salarisgroep V). Laatstgenoemde werd op bovengenoemden datum aangesteld in den rang van Hoofdopzichter (salarisgroep VII). Niet vervuld werd de functie van technisch-opzichter (salarisgroep V). Besparing te stellen op ƒ 2700,-- + 5% toeslag voor nacht- en Zondagsdienst | ƒ 2835,-- |
| 2. De contrôleur M.J. Boender (salarisgroep II) werd per 10 Mei 1937 overgeplaatst naar het Onderwijs. Salaris op het tijdstip van overplaatsing | " 1595,-- |
| 3. De marktopzichter P.J. Bontenbal (salarisgroep III) werd op 1 September 1937 ontslagen. Besparing te stellen op ƒ 2000,-- + ƒ 75,-- toelage voor uniformkleeding | " 2075,-- |
| 4. De contrôleur G. de Haan (salarisgroep II) werd per 1 Mei 1939 overgeplaatst naar de Gemeentetram. Salaris op het tijdstip van overplaatsing ƒ 1670,-- + ƒ 85,-- toelage voor uniformkleeding | " 1755,-- |
| 5. De contrôleur R. Winter (salarisgroep II) werd per 31 Juli 1939 ontslagen. Besparing te stellen op ƒ 1800,-- + ƒ 90,-- toelage voor nacht- en Zondagsdienst + ƒ 75,-- uniformtoelage | " 1965,-- |
| 6. De chef-marktopzichter S.J.L. Hamels (salarisgroep IV) overleden op 23 Maart 1939. Besparing te stellen op ƒ 2275,-- + ƒ 113,75 toelage voor nacht- en Zondagsdienst | " 2388,75 |
| 7. De contrôleur J.M.F.G. Crouwel (salarisgroep II) overleden op 4 October 1939. Besparing te stellen op ƒ 1800,-- + ƒ 75,-- voor uniformkleeding + ƒ 90,-- toelage voor nacht- en Zondagsdienst | " 1965,-- |
| 8. De bureel-ambtenaar F.M. Kooistra (salarisgroep III) werd per 1 Juni 1938 overgeplaatst naar het Gemeentelijke Bureau voor Maatschappelijken Steun in verband met gewijzigde heffing van het ventgeld. Besparing te stellen op | " 1900,-- |
| Transporteeren | ƒ 16478,75 |
De besparingen worden gespecificeerd per ambtenaar en vloeien voort uit drie hoofdoorzaken:
1. Interne verschuivingen en efficiëntie: In post 1 wordt een hogere functie ingevuld door een interne promotie, waarbij de vrijgekomen lagere functie niet opnieuw wordt bezet.
2. Overplaatsingen naar andere gemeentelijke diensten: Diverse ambtenaren zijn overgeplaatst naar het Onderwijs, de Gemeentetram of het Bureau voor Maatschappelijken Steun (post 2, 4 en 8). Post 8 is interessant omdat het een directe link legt tussen de personele bezetting en een beleidswijziging (de heffing van het "ventgeld").
3. Natuurlijk verloop en ontslag: Post 3 en 5 betreffen ontslagen, terwijl post 6 en 7 het overlijden van personeelsleden betreffen wier taken blijkbaar door de rest van de organisatie zijn opgevangen.
De berekeningen zijn nauwgezet en bevatten niet alleen het basissalaris, maar ook secundaire arbeidsvoorwaarden zoals uniformtoelagen en toeslagen voor onregelmatige diensten (nacht- en zondagswerk). Het totaalbedrag aan besparingen op deze pagina bedraagt ƒ 16.478,75. Het document dateert van januari 1940, de periode van de 'Schemeroorlog' vlak voor de Duitse inval in Nederland in mei 1940. De Nederlandse overheid en gemeenten stonden onder grote financiële druk, mede door de kosten van de mobilisatie en de naweeën van de economische crisis van de jaren '30. Dit verklaart de sterke nadruk op bezuinigingen en het niet herbezetten van vacatures binnen de gemeentelijke diensten.
Het "Marktwezen" was een cruciale gemeentelijke dienst die toezag op de handel, markten en distributie. Dat de brief gericht is aan de "Wethouder voor de Levensmiddelen" onderstreept het belang van deze dienst voor de voedselvoorziening en economische regulering in de stad (waarschijnlijk Rotterdam, gezien de termen als 'Gemeentetram' en 'Gemeentelijke Handelsinrichtingen' die daar veelvuldig in archieven voorkomen). Het vermelde "ventgeld" verwijst naar de belasting die straatverkopers (venters) moesten betalen om hun waren te mogen aanbieden.