Getypte opgave van salarissen (loonlijst of betaalstaat).
Origineel
Getypte opgave van salarissen (loonlijst of betaalstaat). Opgave
ingevolge de circulaire van den Wethouder voor de Pensioenen
(No. 2311 P.B.) van aan wachtgelders bij het Marktwezen over de
maand Juni 1940 te betalen salarissen.
No. 8A/81/1 M.1940
C. Bakker - contrôleur-marktopzichter
Bruto-salaris Kindertoeslag
ƒ 143,74 ƒ 4,33
S. Dijkema - contrôleur
Bruto-salaris
ƒ 141,66
I.F. Fleurbaay - schrijver
Bruto-salaris Kindertoeslag
ƒ 126,25 ƒ 4,33
P. Plakké - contrôleur
Bruto-salaris
ƒ 141,66
[Handgeschreven in rood:]
8 Alg 0/1 - Juli.
[Handgeschreven in donkere inkt:]
2/7/40 [Paraaf] * Inhoud: Het document is een specificatie van de te betalen bedragen aan vier individuen die op 'wachtgeld' staan. Wachtgeld is een uitkeringsregeling voor ambtenaren die buiten hun schuld hun functie hebben verloren (bijvoorbeeld door inkrimping van de dienst).
* Personen en functies:
* C. Bakker: Heeft de hoogste functie (contrôleur-marktopzichter) en het hoogste basissalaris.
* S. Dijkema en P. Plakké: Beiden contrôleur met een identiek salaris van ƒ 141,66.
* I.F. Fleurbaay: Functie 'schrijver' (administratief medewerker), met het laagste basissalaris.
* Sociale voorzieningen: Er is sprake van 'Kindertoeslag' voor Bakker en Fleurbaay, beide voor een bedrag van ƒ 4,33. Dit duidt op een gestandaardiseerd bedrag per kind of per gezinssituatie binnen de toenmalige ambtenarenregelingen.
* Administratieve verwerking: De handgeschreven aantekeningen onderaan laten zien dat het document op 2 juli 1940 is afgehandeld en waarschijnlijk is geboekt onder post "8 Alg 0/1" voor de maand juli. Dit document stamt uit juni 1940, slechts enkele weken na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting. Ondanks de politieke omwenteling blef het ambtelijk apparaat, zoals de gemeente Amsterdam en haar Marktwezen, grotendeels volgens de bestaande Nederlandse procedures doorfunctioneren.
Het 'Marktwezen' was verantwoordelijk voor de organisatie van en het toezicht op de markten (zoals de Centrale Markthallen). Dat deze mannen op wachtgeld stonden, kan wijzen op een reorganisatie van de dienst kort voor of tijdens het begin van de oorlog. De bedragen (tussen de 125 en 145 gulden per maand) waren voor die tijd redelijke bedragen voor middenfuncties in de publieke sector, hoewel wachtgeld meestal een percentage van het laatstverdiende loon was. De circulaire waarnaar verwezen wordt (No. 2311 P.B.) duidt op de formele basis voor deze betalingen.