Officiële ambtelijke brief van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officiële ambtelijke brief van de Gemeente Amsterdam. 7 september 1940. De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen. Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. [Bovenaan gestempeld in paars:]
№ 17 / 1 / 18 M 1940 9/9
GEMEENTE AMSTERDAM
AFD. L.M.
No. 152 1939. [handgeschreven in potlood/inkt:] Div. W
BIJLAGEN [handgeschreven in potlood/inkt:] in map
AMSTERDAM, 7 September 1940.
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER VAN DIT SCHRIJVEN EN DE AFDEELING TE VERMELDEN.
Naar aanleiding van Uw schrijven van 22 Augustus j.l. No.17/1/5 M. deel ik U mede er geen bezwaar tegen te hebben, dat de door U genoemde marktplaatsen thans worden ingetrokken.
Omtrent den marktkoopman I.Stibbe verwacht ik echter nog nader advies van het Bureau voor Maatschappelijken Steun. Dientengevolge zal ik U mijn beslissing omtrent hem nog nader mededeelen.
M.
De Wethouder voor de Levensmiddelen,
Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen,
[Handtekening]
Aan den Heer Directeur van
het Marktwezen.
Model G.A. 5
25000-1-'40 Deze brief betreft de administratieve afhandeling van marktplaatsen in Amsterdam kort na het begin van de Duitse bezetting. De wethouder (verantwoordelijk voor onder andere Levensmiddelen) geeft toestemming voor het intrekken van bepaalde marktplaatsen.
Opvallend is de specifieke vermelding van de marktkoopman I. Stibbe. Zijn situatie wordt nog niet definitief beslist; er wordt gewacht op advies van het Bureau voor Maatschappelijken Steun (de toenmalige sociale dienst). Dit duidt erop dat er een onderzoek liep naar zijn persoonlijke of financiële omstandigheden in relatie tot zijn marktvergunning. De datum, 7 september 1940, plaatst dit document in de eerste maanden van de nationaalsocialistische bezetting van Nederland. In deze periode begonnen de bezetter en het meewerkende gemeentebestuur met het inventariseren en beperken van de economische bewegingsvrijheid van Joodse burgers.
Isaac Stibbe was een bekende Joodse marktkoopman in Amsterdam (o.a. op de markt aan het Waterlooplein). Dit document is een tastbaar bewijs van hoe de bureaucratische molen in die tijd draaide rondom individuele vergunningen. Hoewel er in september 1940 nog geen sprake was van een algeheel verbod voor Joodse handelaren, werd de druk opgevoerd via individuele toetsingen door sociale instanties. Niet lang na deze brief zouden de maatregelen tegen Joodse marktkooplieden drastisch worden verscherpt, wat uiteindelijk leidde tot hun volledige uitsluiting en deportatie. I. Stibbe L.M. Gemeente Amsterdam Marktwezen
Samenvatting
Deze brief betreft de administratieve afhandeling van marktplaatsen in Amsterdam kort na het begin van de Duitse bezetting. De wethouder (verantwoordelijk voor onder andere Levensmiddelen) geeft toestemming voor het intrekken van bepaalde marktplaatsen.
Opvallend is de specifieke vermelding van de marktkoopman I. Stibbe. Zijn situatie wordt nog niet definitief beslist; er wordt gewacht op advies van het Bureau voor Maatschappelijken Steun (de toenmalige sociale dienst). Dit duidt erop dat er een onderzoek liep naar zijn persoonlijke of financiële omstandigheden in relatie tot zijn marktvergunning.
Historische Context
De datum, 7 september 1940, plaatst dit document in de eerste maanden van de nationaalsocialistische bezetting van Nederland. In deze periode begonnen de bezetter en het meewerkende gemeentebestuur met het inventariseren en beperken van de economische bewegingsvrijheid van Joodse burgers.
Isaac Stibbe was een bekende Joodse marktkoopman in Amsterdam (o.a. op de markt aan het Waterlooplein). Dit document is een tastbaar bewijs van hoe de bureaucratische molen in die tijd draaide rondom individuele vergunningen. Hoewel er in september 1940 nog geen sprake was van een algeheel verbod voor Joodse handelaren, werd de druk opgevoerd via individuele toetsingen door sociale instanties. Niet lang na deze brief zouden de maatregelen tegen Joodse marktkooplieden drastisch worden verscherpt, wat uiteindelijk leidde tot hun volledige uitsluiting en deportatie.