Handgeschreven ambtelijke notitie of dossierkaart (waarschijnlijk afkomstig van de reclassering, politie of een sociale dienst).
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie of dossierkaart (waarschijnlijk afkomstig van de reclassering, politie of een sociale dienst). Hoofdtekst:
" B.F. Remer, 24 jaar oud, leeft in
concubinaat met mevr. M.E. v. d
Burg, gescheiden echtgenoote van Sierag,
die twee jonge kinderen heeft. Als
valide maatsch. gesteunde ontvangt
hy krachtens de Armenwet ƒ 11.45 p.w.
en een brandstoffen toeslag; de vader der
kinderen betaalt via den Voogdyraad
ƒ 3.- p. week. Het gezin bewoont ƒ 5.25 p week.
R. dreef een handel in huish. artikelen.
Ingaande 25 Oct '39 is hy voor 4 maanden
opgesloten in de strafgevangenis te
Alkmaar; na zijn ontslag uit de gevange-
nis kan hy zijn handel weer opnemen. "
Marginale notities (linkerzijde, verticaal geschreven):
* vonnis 11.11 '37 m 17/2/8
* 15-12-'39 o aangehouden
* 25/10 '39 4 maanden gevangen
* daarna zeker weer op de markt Het document schetst een gedetailleerd beeld van de sociaaleconomische status van B.F. Remer (24 jaar). Hij voert een gezamenlijke huishouding ("concubinaat") met een gescheiden vrouw en haar twee kinderen. Het huishouden is financieel precair: zij zijn aangewezen op de Armenwet (ƒ 11,45 per week) en een kleine bijdrage van de biologische vader van de kinderen via de Voogdijraad. De huur of woonlasten bedragen ƒ 5,25 per week, wat bijna de helft van hun vaste inkomen beslaat.
Remer was werkzaam als (markt)koopman in huishoudelijke artikelen. Uit de notities blijkt een recidiverend patroon: hij is in 1937 veroordeeld en in oktober 1939 opnieuw voor 4 maanden opgesloten in de gevangenis van Alkmaar. Een kanttekening uit december 1939 meldt een nieuwe aanhouding. De opmerking "daarna zeker weer op de markt" suggereert dat men verwacht dat hij na zijn vrijlating zijn ambulante handel zal hervatten. Dit document is een treffend voorbeeld van de vooroorlogse Nederlandse armenzorg en reclassering. Termen als "concubinaat" (ongehuwd samenwonen) werden destijds in ambtelijke stukken gebruikt om een moreel oordeel of een afwijkende burgerlijke staat aan te duiden. De verwijzing naar de "Armenwet" duidt op het stelsel van sociale zekerheid vóór de invoering van de moderne verzorgingsstaat, waarbij steun vaak gekoppeld was aan strikte controle op de levenswijze van de ontvanger. De betrokkenheid van de "Voogdyraad" wijst op overheidstoezicht op het welzijn van de kinderen binnen dit niet-traditionele gezin.
Samenvatting
Het document schetst een gedetailleerd beeld van de sociaaleconomische status van B.F. Remer (24 jaar). Hij voert een gezamenlijke huishouding ("concubinaat") met een gescheiden vrouw en haar twee kinderen. Het huishouden is financieel precair: zij zijn aangewezen op de Armenwet (ƒ 11,45 per week) en een kleine bijdrage van de biologische vader van de kinderen via de Voogdijraad. De huur of woonlasten bedragen ƒ 5,25 per week, wat bijna de helft van hun vaste inkomen beslaat.
Remer was werkzaam als (markt)koopman in huishoudelijke artikelen. Uit de notities blijkt een recidiverend patroon: hij is in 1937 veroordeeld en in oktober 1939 opnieuw voor 4 maanden opgesloten in de gevangenis van Alkmaar. Een kanttekening uit december 1939 meldt een nieuwe aanhouding. De opmerking "daarna zeker weer op de markt" suggereert dat men verwacht dat hij na zijn vrijlating zijn ambulante handel zal hervatten.
Historische Context
Dit document is een treffend voorbeeld van de vooroorlogse Nederlandse armenzorg en reclassering. Termen als "concubinaat" (ongehuwd samenwonen) werden destijds in ambtelijke stukken gebruikt om een moreel oordeel of een afwijkende burgerlijke staat aan te duiden. De verwijzing naar de "Armenwet" duidt op het stelsel van sociale zekerheid vóór de invoering van de moderne verzorgingsstaat, waarbij steun vaak gekoppeld was aan strikte controle op de levenswijze van de ontvanger. De betrokkenheid van de "Voogdyraad" wijst op overheidstoezicht op het welzijn van de kinderen binnen dit niet-traditionele gezin.