Handgeschreven conceptbrief of interne nota.
Origineel
Handgeschreven conceptbrief of interne nota. 6 maart 1940 Amsterdam. 6 Maart 1940.
Naar ik vernam zouden door Uw
dienst jaarlijks de kosten
worden vergoed, die de
Gemeentereiniging moet maken
voor het ~~schoonma~~ reinigen der
straten, waar markten worden
gehouden. Ik verzoek U beleefd mij
te willen berichten of het
vorenstaande juist is. ~~Bij terstede~~
[Inlassing:] van de straten waarop dag- en weekmarkten worden gehouden
werden de reinigingskosten tot nu toe
niet door het Marktwezen gedragen,
op grond van de overweging, dat een
dienst ~~in tegenstelling tot een bedrijf~~
niet over eigen middelen beschikt;
in tegenstelling tot een bedrijf, zooals de Centrale Markt,
dat wel een ~~[onleesbaar]~~ [paraaf 6/3 '40]
heeft en dus wel de kosten der reiniging betaalt.
1 en, zoo ja, hoeveel en volgens welke
maatstaven terzake door U wordt betaald. Het document is een concept voor een ambtelijke brief of een interne notitie binnen de gemeente Amsterdam. De kern van de vraag is een budgettaire kwestie: de schrijver wil verifiëren of de dienst Marktwezen de kosten voor het schoonmaken van de straatmarkten vergoedt aan de Gemeentereiniging.
Opvallend is de uitgebreide handgeschreven toevoeging (inlassing) waarin een onderscheid wordt gemaakt tussen een reguliere gemeentelijke 'dienst' en een 'bedrijf'. De schrijver merkt op dat een dienst normaal gesproken geen eigen middelen heeft om dergelijke kosten te dragen, terwijl een verzelfstandigd bedrijf zoals de 'Centrale Markt' (de toenmalige groothandelsmarkt in Amsterdam-West) dat wel doet. De doorhalingen en tussenvoegingen wijzen op het nauwkeurig formuleren van dit administratieve onderscheid. De brief is gedateerd op 6 maart 1940, slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. In deze periode was de Amsterdamse gemeenteadministratie volop bezig met de professionalisering en verzelfstandiging van haar diensten.
De Centrale Markt (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) functioneerde als een apart bedrijf met een eigen exploitatierekening, terwijl de vele buurtmarkten (zoals de Albert Cuyp of de Dappermarkt) onder de algemene gemeentelijke dienst Marktwezen vielen. Deze notitie illustreert de bureaucratische discussie over hoe de kosten voor publieke diensten (zoals reiniging) intern moesten worden doorbelast om een zuiver beeld van de exploitatiekosten van de markten te krijgen. Gemeente Amsterdam Marktwezen
Samenvatting
Het document is een concept voor een ambtelijke brief of een interne notitie binnen de gemeente Amsterdam. De kern van de vraag is een budgettaire kwestie: de schrijver wil verifiëren of de dienst Marktwezen de kosten voor het schoonmaken van de straatmarkten vergoedt aan de Gemeentereiniging.
Opvallend is de uitgebreide handgeschreven toevoeging (inlassing) waarin een onderscheid wordt gemaakt tussen een reguliere gemeentelijke 'dienst' en een 'bedrijf'. De schrijver merkt op dat een dienst normaal gesproken geen eigen middelen heeft om dergelijke kosten te dragen, terwijl een verzelfstandigd bedrijf zoals de 'Centrale Markt' (de toenmalige groothandelsmarkt in Amsterdam-West) dat wel doet. De doorhalingen en tussenvoegingen wijzen op het nauwkeurig formuleren van dit administratieve onderscheid.
Historische Context
De brief is gedateerd op 6 maart 1940, slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. In deze periode was de Amsterdamse gemeenteadministratie volop bezig met de professionalisering en verzelfstandiging van haar diensten.
De Centrale Markt (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) functioneerde als een apart bedrijf met een eigen exploitatierekening, terwijl de vele buurtmarkten (zoals de Albert Cuyp of de Dappermarkt) onder de algemene gemeentelijke dienst Marktwezen vielen. Deze notitie illustreert de bureaucratische discussie over hoe de kosten voor publieke diensten (zoals reiniging) intern moesten worden doorbelast om een zuiver beeld van de exploitatiekosten van de markten te krijgen.