Ambtelijke brief/memorandum.
Origineel
Ambtelijke brief/memorandum. 28 april 1939. Waarschijnlijk een afdelingshoofd (ondertekend door M. Müller, met paraaf 'G'). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (ter plaatse). [Linksboven in handschrift:] M. Müller
[Rechtsboven:] G.
8A/63/1 M.
28 April 1939.
Positieverbetering van
eenige ambtenaren.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Hiermede heb ik de eer U beleefd te verzoeken wel te willen bevorderen, dat de positie van onderstaande ambtenaren van myn dienst met ingang van 1 Juli a.s. wordt verbeterd, zooals by ieder hunner wordt aangegeven.
I. H.A.van Duinhoven (no.58), hoofdklerk (salarisgroep V). Het huidige salaris bedraagt ƒ 2150,-; de eerstvolgende periodieke salarisverhooging ad ƒ 150,- zal worden verleend met ingang van 1 Juni 1940.
In myn brief d.d. 27 October 1937 no.8A/112/1 M stelde ik voor, Van Duinhoven, in verband met den aard van zyn werkzaamheden, te bevorderen tot adjunct-bureauchef. Uw Ambtgenoot voor de Arbeidszaken heeft daartegen in zyn brief van 12 November 1937 no. 1364 Arb. / 29/29 L.M. 1937 bezwaar gemaakt, omdat dan de rang van hoofdklerk zou worden overgeslagen.
De door Van Duinhoven genoten bezoldiging lykt my niet in overeenstemming met de beteekenis van den door hem verrichten arbeid; voor een hoogere indeeling bestaat, op grond van het door Uw Ambtgenoot voor de Arbeidszaken ingenomen standpunt, thans weinig aanleiding, zoolang niet het maximum-salaris van de huidige groep wordt genoten en hiervan is deze ambtenaar nog ƒ 550,- verwyderd. Door verleening van een extra salaris-verhooging, gelyk aan één periodieke verhooging van ƒ 150,- wordt evenwel de ten deze bestaande toestand verbeterd. * Inhoud: De schrijver pleit voor een salarisverhoging voor de ambtenaar H.A. van Duinhoven. Omdat een eerdere poging om hem te promoveren tot adjunct-bureauchef werd geblokkeerd door de Wethouder van Arbeidszaken (omdat hij hiermee de rang van hoofdklerk zou overslaan), wordt nu een alternatieve weg voorgesteld: een extra periodieke verhoging van 150 gulden.
* Argumentatie: Het huidige salaris wordt niet representatief geacht voor de zwaarte van het werk. Omdat Van Duinhoven nog 550 gulden verwijderd is van het maximum binnen zijn huidige schaal, is een directe promotie naar een hogere groep op dat moment bureaucratisch lastig.
* Formulering: Het document is opgesteld in zeer hoffelijke, ambtelijke taal ("heb ik de eer U beleefd te verzoeken", "Uw Ambtgenoot").
* Bedragen: Het genoemde jaarsalaris van ƒ 2150,- was voor 1939 een degelijk modaal inkomen voor een hoofdklerk. Dit document stamt uit de late interbellumperiode, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het geeft een inkijkje in de strikte hiërarchische structuur en de bureaucratische regels van de Nederlandse gemeentelijke overheid in die tijd. Promoties konden niet zomaar "stappen overslaan", en er was nauwe afstemming nodig tussen verschillende wethouders (in dit geval Levensmiddelen en Arbeidszaken). De spelling (zoals 'myn' en 'eenige') is kenmerkend voor de schrijftaal van vóór de spellinghervorming van Marchant/De Vries en Te Winkel die pas later breed werd doorgevoerd. De brief toont aan dat men, ondanks de economisch onzekere tijden, toch zocht naar wegen om bekwaam personeel binnen de vastgestelde kaders beter te belonen.