Archiefdocument
Origineel
16 november (waarschijnlijk 1939, gezien de ingangsdatum in de tekst). De Directeur (van de betreffende gemeentelijke dienst). (Onderstaande tekst volgt de originele spelling en lay-out.)
4 16 November 9.
8A/63/2 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen,
C. met ingang van 1 Januari 1940 de jaarwedden en de
pensioensgrondslagen van onderstaande marktopzichters, onder
toekenning van een periodieke salarisverhooging, worden vast-
gesteld als volgt:
1e. H.M.A.de Wolff (no.53): jaarwedde f 2100,-: toelage
voor uniformkleeding f 75,-; pensioensgrondslag: f 2475,- (toe-
passing van artikel 150 lid 1 Pensioenwet 1922, S.240);
2e. H.Vrij (no.38): jaarwedde f 2100,-; pensioensgrond-
slag f 2100,-;
3e. F.W.Stroër (no.21): jaarwedde f 2100,-: toelage
voor uniformkleeding f 75,-; pensioensgrondslag f 2610,- (toe-
passing van artikel 150 lid 1 der Pensioenwet 1922, S.240);
4e. T.A.Wieberdink (no.45); jaarwedde f 2100,-; pen-
sioensgrondslag f 2100,-.
Ook Uw machtiging tot verleening van een extra verhooging
aan den machinist in tijdelijken dienst J.van Lunteren, zooals
hierboven voorgesteld, zie ik gaarne tegemoet.
De Directeur, * Onderwerp: Vaststelling van salarissen (jaarwedden) en pensioenspecificaties voor vier met naam genoemde marktopzichters, evenals een verzoek om salarisverhoging voor een tijdelijk machinist.
* Genoemde personen:
* H.M.A. de Wolff (no. 53)
* H. Vrij (no. 38)
* F.W. Stroër (no. 21)
* T.A. Wieberdink (no. 45)
* J. van Lunteren (machinist in tijdelijke dienst)
* Financiële gegevens: De jaarwedde voor alle genoemde opzichters is vastgesteld op ƒ 2100,-. Er is sprake van een uniformtoelage van ƒ 75,- voor enkelen. De pensioengrondslagen verschillen per persoon, variërend tussen ƒ 2100,- en ƒ 2610,-.
* Taalgebruik: Het document hanteert de destijds gebruikelijke formele spelling ("jaarwedden", "verleening", "zooals"). Dit document is een typisch voorbeeld van gemeentelijke personeelsadministratie uit het interbellum. Het betreft de Dienst van de Levensmiddelen in Amsterdam, die onder andere toezicht hield op de markten. De brief toont de nauwgezette bureaucratische afhandeling van loon- en pensioenzaken. Opvallend is de verwijzing naar de Pensioenwet 1922, de wettelijke basis voor de oudedagsvoorziening van ambtenaren in die periode. De datum (november 1939) plaatst het document vlak voor de ingrijpende veranderingen die de Duitse bezetting in mei 1940 teweeg zou brengen in de gemeentelijke organisatie.