Archief 745
Inventaris 745-270
Pagina 231
Dossier 6
Jaar 1939
Stadsarchief

Administratief concept of ontwerpbesluit betreffende personeelszaken.

15 november 1939 (onderaan gedateerd als 15/11 '39).

Origineel

Administratief concept of ontwerpbesluit betreffende personeelszaken. 15 november 1939 (onderaan gedateerd als 15/11 '39). [Linksboven in de marge:] V

onderscheidene diensttakken, wordt gewijzigd
als volgt: Onder "13 Marktwezen" wordt in plaats van
~~Marktopzichter III~~ [daarboven ingevoegd:] m.i.v. 1 januari 1940 "gelezen: 'Marktopzichter IV',"
C. de jaarwedden en de pensioengrondslagen van
onderstaande Marktopzichters, onder toekenning van een
periodieke salarisverhooging worden vastgesteld als volgt:
1e H. M. A. de Wolff (no. 53): jaarwedde
ƒ 2100,- ; toelage voor uniformkleeding ƒ 75,- ;
pensioengrondslag ƒ 2475,- (~~heeft gebruik gemaakt~~
~~van~~ ~~art 150 lid 1~~ [daarnaast geschreven:] art 150 lid 1 Pensioenwet 1922, S. 240)
2e H. Vrij (no. 38): jaarwedde ƒ 2100,- ;
pensioengrondslag ƒ 2100,- ;
3e F. W. Stroker (no. 21): jaarwedde ƒ 2100,- ; uni-
formtoelage ƒ 75,- ; pensioengrondslag ƒ 2610,- (~~heeft gebruik gemaakt~~
~~van de bevoegdheid~~ ~~art 150 lid 1 der Pensioenwet~~ [daaronder geschreven:] art 150 lid 1 der Pensioenwet 1922, S. 240)
4e D. A. Wieberdink (no. 45): jaarwedde ƒ 2100,- ;
~~en~~ pensioengrondslag ƒ 2100,- ;
~~5e G. C. Brenting (no. 74);~~

Ook Uw machtiging tot verleening van een
extra verhooging aan den machinist in tijdelijken
dienst J. van Hunteren, zoals hierboven voorgesteld,
zie ik gaarne tegemoet. [onleesbaar monogram/paraaf]

15/11 '39 [paraaf] Het document is een ambtelijk schrijven waarin mutaties in de personeelsadministratie worden vastgelegd. De belangrijkste punten zijn:
1. Functiewijziging: De rang van 'Marktopzichter III' wordt per 1 januari 1940 omgezet naar 'Marktopzichter IV'.
2. Financiële vaststellingen: Voor vier specifieke personen (De Wolff, Vrij, Stroker en Wieberdink) worden de jaarwedden, uniformtoelagen en pensioengrondslagen bepaald. Opvallend is dat bij De Wolff en Stroker de pensioengrondslag hoger ligt dan de jaarwedde, waarbij expliciet wordt verwezen naar Artikel 150 lid 1 van de Pensioenwet 1922 (Staatsblad 240), wat duidt op een specifieke wettelijke regeling voor overgangsgevallen of extra pensioenopbouw.
3. Doorhaling: De vermelding van G. C. Brenting is volledig doorgehaald, wat impliceert dat zijn mutatie in dit stadium is vervallen of elders is geregeld.
4. Aanvullend verzoek: Er wordt gevraagd om machtiging voor een salarisverhoging van een tijdelijk machinist genaamd J. van Hunteren. Dit document stamt uit november 1939, de periode van de mobilisatie in Nederland, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland (mei 1940). Ondanks de internationale spanningen ging de civiele administratie van gemeenten (waarschijnlijk belast met het "Marktwezen") gewoon door. Het document geeft een inkijkje in de toenmalige salarisstructuur: een jaarwedde van ƒ 2100,- was in die tijd een modaal inkomen voor een opzichter. De strikte verwijzingen naar de Pensioenwet van 1922 tonen de juridische zorgvuldigheid van de toenmalige ambtenarij aan.

Samenvatting

Het document is een ambtelijk schrijven waarin mutaties in de personeelsadministratie worden vastgelegd. De belangrijkste punten zijn:
1. Functiewijziging: De rang van 'Marktopzichter III' wordt per 1 januari 1940 omgezet naar 'Marktopzichter IV'.
2. Financiële vaststellingen: Voor vier specifieke personen (De Wolff, Vrij, Stroker en Wieberdink) worden de jaarwedden, uniformtoelagen en pensioengrondslagen bepaald. Opvallend is dat bij De Wolff en Stroker de pensioengrondslag hoger ligt dan de jaarwedde, waarbij expliciet wordt verwezen naar Artikel 150 lid 1 van de Pensioenwet 1922 (Staatsblad 240), wat duidt op een specifieke wettelijke regeling voor overgangsgevallen of extra pensioenopbouw.
3. Doorhaling: De vermelding van G. C. Brenting is volledig doorgehaald, wat impliceert dat zijn mutatie in dit stadium is vervallen of elders is geregeld.
4. Aanvullend verzoek: Er wordt gevraagd om machtiging voor een salarisverhoging van een tijdelijk machinist genaamd J. van Hunteren.

Historische Context

Dit document stamt uit november 1939, de periode van de mobilisatie in Nederland, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland (mei 1940). Ondanks de internationale spanningen ging de civiele administratie van gemeenten (waarschijnlijk belast met het "Marktwezen") gewoon door. Het document geeft een inkijkje in de toenmalige salarisstructuur: een jaarwedde van ƒ 2100,- was in die tijd een modaal inkomen voor een opzichter. De strikte verwijzingen naar de Pensioenwet van 1922 tonen de juridische zorgvuldigheid van de toenmalige ambtenarij aan.

Kooplieden in dit dossier 90

A.B. van As 1.6.'38 M.S.
A.B. van As 1.6.'38 M.S.
A. H. Drukkie Waterlooplein 29.22.
C.G. de Vries Waterlooplein -
C.G. de Vries Waterlooplein
C.G. de Vries Waterlooplein
C.G. de Vries Waterlooplein *[handgeschreven:]* f 17.10 - + f 1. - p.d.
C.G. de Vries Waterlooplein
C.G. de Vries Waterlooplein
C.G. de Vries Waterlooplein
C.L. Buenting Waterlooplein
C.L. Buenting Waterlooplein
C.L. Buenting Waterlooplein
C.L. Buenting Waterlooplein
C.L. Buenting Waterlooplein
C.L. Buenting Waterlooplein
C. L. Buerling Waterlooplein -
C. Veerman Waterlooplein
C. Veerman Waterlooplein -
C. Veerman Waterlooplein
C. Veerman Waterlooplein
Alle 90 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6