Dienstbrief / intern memorandum.
Origineel
Dienstbrief / intern memorandum. 25 mei 1939. Waarschijnlijk een afdelingshoofd van het Marktwezen (geparafeerd met WH.M.). [Rood potlood: 5 doorl.] A'dam, 25/5 1939
Periodieke
salarisverhoogingen
[Rood potlood: GA/73/1] WH. M. [onderstreept]
In bijlage dezes heb ik
de eer U een staat (in duplo)
te doen geworden, houdende
de namen van acht ambtenaren
van het Marktwezen, die in het
derde kwartaal van 1939 voor
een periodieke salarisverhooging
in aanmerking komen.
Ik mag U beleefd verzoeken
wel te willen bevorderen, dat door
B. en W. ten aanzien van elk dezer
ambtenaren wordt besloten,
zooals op vorenbedoelden
staat onder „nieuwe toestand”
wordt voorgesteld.
[Links onder:] 26/5 '39 [paraf]
[Midden onder:] 25/5 '39 [handtekening]
[Rechts onder:] AD [initialen] Het document is een formele ambtelijke voordracht uit 1939. De tekst is opgesteld in de destijds gebruikelijke beleefde en indirecte stijl ("heb ik de eer U een staat [...] te doen geworden", "Ik mag U beleefd verzoeken").
De kern van de brief is de aanbieding van een lijst (staat) met acht namen van personeelsleden die op basis van hun diensttijd recht hebben op een periodieke salarisverhoging in het derde kwartaal van dat jaar. De schrijver verzoekt om de formele goedkeuring door het College van Burgemeester en Wethouders (B. en W.). Er wordt verwezen naar de kolom "nieuwe toestand" op de bijlage, wat duidt op een administratieve tabel waarin de oude en nieuwe salarisgegevens naast elkaar werden gezet. Deze brief biedt inzicht in de gemeentelijke administratie van Amsterdam vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het "Marktwezen" was de gemeentelijke dienst verantwoordelijk voor het beheer van de vele markten in de stad.
In deze periode waren salarisverhogingen voor ambtenaren strikt gereguleerd en gebonden aan periodieke stappen. Elk besluit hierover moest formeel worden bekrachtigd door het dagelijks bestuur van de stad (B. en W.). De rode aantekeningen en diverse parafen onderaan tonen de weg die het document heeft afgelegd door het ambtelijke apparaat voor archivering en verwerking.
Samenvatting
Het document is een formele ambtelijke voordracht uit 1939. De tekst is opgesteld in de destijds gebruikelijke beleefde en indirecte stijl ("heb ik de eer U een staat [...] te doen geworden", "Ik mag U beleefd verzoeken").
De kern van de brief is de aanbieding van een lijst (staat) met acht namen van personeelsleden die op basis van hun diensttijd recht hebben op een periodieke salarisverhoging in het derde kwartaal van dat jaar. De schrijver verzoekt om de formele goedkeuring door het College van Burgemeester en Wethouders (B. en W.). Er wordt verwezen naar de kolom "nieuwe toestand" op de bijlage, wat duidt op een administratieve tabel waarin de oude en nieuwe salarisgegevens naast elkaar werden gezet.
Historische Context
Deze brief biedt inzicht in de gemeentelijke administratie van Amsterdam vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het "Marktwezen" was de gemeentelijke dienst verantwoordelijk voor het beheer van de vele markten in de stad.
In deze periode waren salarisverhogingen voor ambtenaren strikt gereguleerd en gebonden aan periodieke stappen. Elk besluit hierover moest formeel worden bekrachtigd door het dagelijks bestuur van de stad (B. en W.). De rode aantekeningen en diverse parafen onderaan tonen de weg die het document heeft afgelegd door het ambtelijke apparaat voor archivering en verwerking.