Handgeschreven ambtelijke notitie op gelinieerd papier.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie op gelinieerd papier. 26 mei 1939 (gebaseerd op het stempel). Nº 8 A/75/1 M. 1939 26/5 [stempel] n.u.
Opb
Whar [initialen]
Voor rekening van den dienst wordt
koffie aangeschaft bij de Vischmarkt
over 1938 bedragen de kosten daarvan
f 70.~
Bij den dienst van het marktwezen wordt
als regel geen koffiegeld betaald
in 1938 is slechts in enkele gevallen
a.n.:
de Vries f 2.30
v.d. Praag 0.78
Poppe 1.20
Zak 5 x f 0.15 0.75 Totaal f 5.03
Bij het bedrijf van de Centrale Markt
wordt geen koffiegeld betaald. De notitie geeft een overzicht van hoe er binnen verschillende marktdiensten werd omgegaan met koffie-uitgaven in het jaar 1938. Er zijn drie verschillende regimes zichtbaar:
1. Vischmarkt: Koffie wordt centraal ingekocht op kosten van de dienst. De jaarlijkse kosten hiervoor bedroegen 70 gulden.
2. Marktwezen: Er bestaat in principe geen recht op koffiegeld, maar er zijn vier specifieke uitzonderingen gemaakt voor individuele medewerkers (De Vries, Van der Praag, Poppe en Zak), wat leidde tot een totaalbedrag van f 5,03.
3. Centrale Markt: Hier wordt strikt de regel gehanteerd dat er geen koffiegeld wordt uitgekeerd.
De berekening onder 'Marktwezen' is sluitend: 2,30 + 0,78 + 1,20 + 0,75 = 5,03. Het handschrift is een verzorgd 20e-eeuws kantoorschrift. Dit document is waarschijnlijk afkomstig uit een gemeentelijk archief (mogelijk Amsterdam, gezien de vermelding van de 'Centrale Markt' en 'Vischmarkt'). In de jaren '30 was de ambtelijke controle op kleine onkostenvergoedingen zeer strikt. 'Koffiegeld' was een kleine tegemoetkoming voor personeel dat op locaties werkte waar niet direct faciliteiten aanwezig waren. De notitie dient als bewijsstuk of verantwoording voor de accountantscontrole van de marktdiensten, waarbij verschillen in beleid tussen de onderdelen expliciet worden benoemd.
Samenvatting
De notitie geeft een overzicht van hoe er binnen verschillende marktdiensten werd omgegaan met koffie-uitgaven in het jaar 1938. Er zijn drie verschillende regimes zichtbaar:
1. Vischmarkt: Koffie wordt centraal ingekocht op kosten van de dienst. De jaarlijkse kosten hiervoor bedroegen 70 gulden.
2. Marktwezen: Er bestaat in principe geen recht op koffiegeld, maar er zijn vier specifieke uitzonderingen gemaakt voor individuele medewerkers (De Vries, Van der Praag, Poppe en Zak), wat leidde tot een totaalbedrag van f 5,03.
3. Centrale Markt: Hier wordt strikt de regel gehanteerd dat er geen koffiegeld wordt uitgekeerd.
De berekening onder 'Marktwezen' is sluitend: 2,30 + 0,78 + 1,20 + 0,75 = 5,03. Het handschrift is een verzorgd 20e-eeuws kantoorschrift.
Historische Context
Dit document is waarschijnlijk afkomstig uit een gemeentelijk archief (mogelijk Amsterdam, gezien de vermelding van de 'Centrale Markt' en 'Vischmarkt'). In de jaren '30 was de ambtelijke controle op kleine onkostenvergoedingen zeer strikt. 'Koffiegeld' was een kleine tegemoetkoming voor personeel dat op locaties werkte waar niet direct faciliteiten aanwezig waren. De notitie dient als bewijsstuk of verantwoording voor de accountantscontrole van de marktdiensten, waarbij verschillen in beleid tussen de onderdelen expliciet worden benoemd.