Archiefdocument
Origineel
Th. Müller
1/. Waar vergoeden wij nog koffiegeld?
2/. Of wordt voor rekening van den Dienst
thee, koffie enz. aangeschaft?
30/3 '39. W Haan
Op 24 April '39 met Hr. Stam besproken
om in het vervolg thee enz. niet
meer door den dienst te doen betalen.
24/4 '39 W Haan Het document bestaat uit twee afzonderlijke aantekeningen van dezelfde auteur (W. Haan), geschreven met een tussenpoos van bijna een maand in het voorjaar van 1939.
- Eerste deel (30-03-1939): Haan stelt een beleidsmatige vraag, vermoedelijk aan de bovenaan genoemde Th. Müller. Hij wil weten waar er nog "koffiegeld" (een onkostenvergoeding) wordt uitgekeerd en of de "Dienst" (de betreffende overheidsinstantie of afdeling) zelf thee en koffie inkoopt. Dit wijst op een inventarisatie van kleine uitgaven.
- Tweede deel (24-04-1939): Dit is het resultaat van de inventarisatie. Na overleg met een zekere heer Stam is besloten dat deze kosten voortaan niet meer door de "Dienst" gedragen zullen worden.
De tekst is geschreven in de vooroorlogse spelling (bijv. "den Dienst"). Het handschrift is een vlot zakelijk lopend schrift, kenmerkend voor administratieve functies uit die periode. Dit document biedt een inkijkje in de dagelijkse bureaucratie van een Nederlandse overheidsinstelling of gemeentelijke dienst aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. In 1939 was er sprake van een toenemende druk op de overheidsfinanciën door de naderende oorlogsdreiging en mobilisatie, wat vaak leidde tot bezuinigingen op secundaire arbeidsvoorwaarden of kleine kantooruitgaven zoals de verstrekking van koffie en thee. De genoemde "Hr. Stam" en "Th. Müller" waren waarschijnlijk leidinggevenden of administrateurs binnen deze specifieke dienst. Het besluit om koffie en thee niet langer te vergoeden is een klassiek voorbeeld van administratieve versobering. W. Haan
Samenvatting
Het document bestaat uit twee afzonderlijke aantekeningen van dezelfde auteur (W. Haan), geschreven met een tussenpoos van bijna een maand in het voorjaar van 1939.
- Eerste deel (30-03-1939): Haan stelt een beleidsmatige vraag, vermoedelijk aan de bovenaan genoemde Th. Müller. Hij wil weten waar er nog "koffiegeld" (een onkostenvergoeding) wordt uitgekeerd en of de "Dienst" (de betreffende overheidsinstantie of afdeling) zelf thee en koffie inkoopt. Dit wijst op een inventarisatie van kleine uitgaven.
- Tweede deel (24-04-1939): Dit is het resultaat van de inventarisatie. Na overleg met een zekere heer Stam is besloten dat deze kosten voortaan niet meer door de "Dienst" gedragen zullen worden.
De tekst is geschreven in de vooroorlogse spelling (bijv. "den Dienst"). Het handschrift is een vlot zakelijk lopend schrift, kenmerkend voor administratieve functies uit die periode.
Historische Context
Dit document biedt een inkijkje in de dagelijkse bureaucratie van een Nederlandse overheidsinstelling of gemeentelijke dienst aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. In 1939 was er sprake van een toenemende druk op de overheidsfinanciën door de naderende oorlogsdreiging en mobilisatie, wat vaak leidde tot bezuinigingen op secundaire arbeidsvoorwaarden of kleine kantooruitgaven zoals de verstrekking van koffie en thee. De genoemde "Hr. Stam" en "Th. Müller" waren waarschijnlijk leidinggevenden of administrateurs binnen deze specifieke dienst. Het besluit om koffie en thee niet langer te vergoeden is een klassiek voorbeeld van administratieve versobering.