Getypte ambtelijke brief/nota (fragment).
Origineel
Getypte ambtelijke brief/nota (fragment). 25 augustus [jaar onvolledig, waarschijnlijk 1919]. De Directeur (van de betreffende dienst). 1 25 Augustus 9.
8A/86/2 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen,
Voor vervanging door vrouwelijke vrijwilligers komen van
de bovenbedoelde ambtenaren in aanmerking: de hoofdklerk, de
klerk-kassier en de bureelambtenaar.
De Directeur, Het document betreft een personeelsaangelegenheid binnen de Amsterdamse distributie-organisatie. De essentie is de identificatie van specifieke ambtelijke posten die geschikt worden geacht om te worden vervuld door "vrouwelijke vrijwilligers" in plaats van de reguliere (mannelijke) bezetting.
De genoemde functies zijn:
1. Hoofdklerk: Een leidinggevende administratieve rol.
2. Klerk-kassier: Een administratieve functie met financiële verantwoordelijkheid.
3. Bureelambtenaar: Een algemene administratieve medewerker.
De tekst suggereert dat er een eerdere lijst met ambtenaren ("bovenbedoelde ambtenaren") aan voorafging, waarvan deze drie functies nu als vervangbaar worden aangemerkt. De functie van "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in Amsterdam van cruciaal belang tijdens en kort na de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Gezien de lay-out en het taalgebruik is dit document waarschijnlijk afkomstig uit de periode rond 1919 (de "9." in de datumregel wijst hier vermoedelijk op).
Nederland kampte in die tijd met grote voedselschaarste en een complex distributiesysteem. Het inzetten van vrouwelijke vrijwilligers voor administratieve taken was een fenomeen dat voortkwam uit de noodzaak om de kosten te drukken en de mobilisatie van de burgermaatschappij tijdens de economische crisis na de oorlog. Het markeert tevens een overgangsperiode waarin vrouwen vaker toegang kregen tot voorheen door mannen gedomineerde kantoorfuncties binnen de overheid.
Samenvatting
Het document betreft een personeelsaangelegenheid binnen de Amsterdamse distributie-organisatie. De essentie is de identificatie van specifieke ambtelijke posten die geschikt worden geacht om te worden vervuld door "vrouwelijke vrijwilligers" in plaats van de reguliere (mannelijke) bezetting.
De genoemde functies zijn:
1. Hoofdklerk: Een leidinggevende administratieve rol.
2. Klerk-kassier: Een administratieve functie met financiële verantwoordelijkheid.
3. Bureelambtenaar: Een algemene administratieve medewerker.
De tekst suggereert dat er een eerdere lijst met ambtenaren ("bovenbedoelde ambtenaren") aan voorafging, waarvan deze drie functies nu als vervangbaar worden aangemerkt.
Historische Context
De functie van "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in Amsterdam van cruciaal belang tijdens en kort na de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Gezien de lay-out en het taalgebruik is dit document waarschijnlijk afkomstig uit de periode rond 1919 (de "9." in de datumregel wijst hier vermoedelijk op).
Nederland kampte in die tijd met grote voedselschaarste en een complex distributiesysteem. Het inzetten van vrouwelijke vrijwilligers voor administratieve taken was een fenomeen dat voortkwam uit de noodzaak om de kosten te drukken en de mobilisatie van de burgermaatschappij tijdens de economische crisis na de oorlog. Het markeert tevens een overgangsperiode waarin vrouwen vaker toegang kregen tot voorheen door mannen gedomineerde kantoorfuncties binnen de overheid.