Dienstbrief / Rapportage
Origineel
Dienstbrief / Rapportage 4 juli 1939 De Directeur (waarschijnlijk van het Marktwezen) HG. [handgeschreven: extra]
8A/94/1 M.
4 Juli 1939.
den Heer Wethouder
voor de Arbeidszaken,
Raadhuis,
A l h i e r .
_____
Ter voldoening aan Uw circulaires d.d. 31 December 1931 No.721 Arb. en 18 Februari 1939 No.95 g Arb.1939, heb ik de eer U te berichten, dat op 30 Juni 1939 in dienst waren bij het Marktwezen:
65 vaste ambtenaren;
4 tijdelijke volwassen ambtenaren;
1 tijdelijke jeugdige ambtenaar;
3 reservisten (in ambtenaarsfunctie);
7 vaste werklieden.
Op 1 Juli 1939 zijn bovenvermelde aantallen niet gewijzigd.
De Directeur, Het document is een officiële rapportage van de personeelssterkte van de gemeentelijke dienst "het Marktwezen". De brief is opgesteld in een zeer formele, ambtelijke stijl ("heb ik de eer U te berichten").
De opbouw is overzichtelijk en specificeert verschillende categorieën personeel:
1. Vaste ambtenaren: De grootste groep (65 personen).
2. Tijdelijk personeel: Een klein aantal, met onderscheid tussen volwassenen en een "jeugdige" (wat duidt op lagere loonschalen of een leerlingstelsel).
3. Reservisten: Personen die waarschijnlijk op afroep beschikbaar zijn of een vervangende rol vervullen.
4. Vaste werklieden: Personeel in de uitvoering (geen ambtenarenstatus).
De verwijzing naar circulaires uit 1931 en 1939 toont aan dat dit een periodieke verplichting was, opgelegd door de Wethouder voor Arbeidszaken om zicht te houden op de gemeentelijke loonsom en personeelsformatie. Deze brief dateert van juli 1939, slechts twee maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en de algemene mobilisatie in Nederland. Hoewel de brief puur administratief van aard lijkt, is de vermelding van "3 reservisten" interessant; dit kan wijzen op een vroege voorbereiding op het tijdelijk invullen van functies van personeelsleden die mogelijk onder de wapenen zouden worden geroepen.
Het "Marktwezen" was verantwoordelijk voor het beheer van de markten, de controle op maten en gewichten en de handhaving van de marktverordeningen. Het feit dat de brief is gericht aan het "Raadhuis, Alhier" bevestigt dat dit een intern gemeentelijk schrijven is binnen een Nederlandse stad (mogelijk Amsterdam of Rotterdam, gezien de omvang van de dienst met meer dan 80 personeelsleden).