Getypte ambtelijke brief of nota met handgeschreven correcties en aanvullingen.
Origineel
Getypte ambtelijke brief of nota met handgeschreven correcties en aanvullingen. [In de linkermarge, handgeschreven:]
Toch meen ik evenwel
[Hoofdtekst:]
In vorengenoemden brief van mijn Ambtgenoot voor de Publieke Werken d.d. 23 September jl. is echter ~~toch~~ een post uitgetrokken voor het bouwen van een nieuw marktmeesters-huisje op het Waterlooplein; ~~dit is derhalve in strijd met het standpunt van den bedrijfseconomischen Adviseur, neergelegd in zijn vorengenoemd rapport van 25 Augustus jl.~~ Toch meen ik te moeten adviseeren zich te vereenigen met de voorstellen neergelegd in de zich onder de onderhavige stukken bevindende rapporten van mijn Ambtgenoot voor de Publieke Werken. Het aanvragen van het crediet behoeft immers nog geenszins te beteekenen, dat tot den bouw van een marktmeestershuisje-kantoortje zal worden overgegaan. Evenals dit voor de lompen-markt geldt, zullen, naar ik meen, ook de werkzaamheden, verbonden aan den bouw van dit kantoor voorloopig niet plaats-vinden. Indien derhalve met de Burgerlijke Instelling voor Maatschappelijken Steun tot overeenstemming wordt gekomen over den huur van de 2 hierboven genoemde gebouwtjes, kunnen de hieraan verbonden verbouwingskosten wellicht worden be-streden uit het onderhavige crediet.
Ten slotte, indien in den loop van den tijd geen andere oplossing mogelijk blijkt, kan het crediet uiteinde-lijk toch worden benut voor den bouw van een nieuw marktmee-sterskantoortje op het Waterlooplein; [handgeschreven:] de inrichting daarvan ware alsnog aan het oordeel van den Bedrijfseconomischen Adviseur [onderaan links:] te onderwerpen.
[Ondertekend:]
De Directeur, Dit document is een ambtelijk concept waarin een besluit wordt genuanceerd of herzien. De kern van het stuk is een pragmatische omgang met budgetten ("crediet").
De opsteller (de Directeur) adviseert om het krediet voor een nieuw marktmeestersverblijf op het Waterlooplein toch aan te vragen, ondanks een eerder negatief advies van de Bedrijfseconomisch Adviseur. De redenatie is tactisch: het aanvragen van geld betekent nog niet dat er direct gebouwd gaat worden. Het krediet fungeert hier als een financiële reserve die mogelijk ook gebruikt kan worden voor de verbouwing van bestaande panden, mits er een akkoord komt met de 'Burgerlijke Instelling voor Maatschappelijken Steun'.
Opvallend zijn de vele doorhalingen. De meest significante is het schrappen van de expliciete erkenning dat het voorstel in strijd is met het eerdere rapport van de Bedrijfseconomisch Adviseur. Door dit te schrappen en in de marge "Toch meen ik evenwel" toe te voegen, probeert de auteur de interne tegenstellingen in de officiële tekst te verzachten. Aan het slot wordt de Bedrijfseconomisch Adviseur alsnog een controlerende rol toebedeeld betreffende de "inrichting", wat gelezen kan worden als een politieke handreiking. Het document biedt een inkijkje in de ruimtelijke ordening en sociale zorg in Amsterdam (gezien de verwijzing naar het Waterlooplein en de lompenmarkt). Het Waterlooplein was van oudsher de plek van de grote dagmarkt (vlooienmarkt). De betrokkenheid van de "Burgerlijke Instelling voor Maatschappelijken Steun" (de voorloper van de moderne sociale dienst) suggereert dat de gebouwen op het plein een dubbele functie hadden of dat de marktmeesters nauw betrokken waren bij het toezicht op de armere bevolkingsgroepen die op de lompenmarkt hun brood verdienden.
De terminologie (marktmeestershuisje versus kantoortje) wijst op een professionalisering van het markttoezicht. De tekst illustreert hoe ambtelijke molens draaiden: budgetten werden veiliggesteld onder het mom van de ene bestemming, om flexibiliteit te behouden voor een andere oplossing.