Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen en stempels.
Origineel
Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen en stempels. 2 januari 1941 (de '1' is over een '0' getypt). De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (F. van Meurs). Den Bedrijfs Economischen Adviseur, ALHIER (Amsterdam). [Linksboven, handgeschreven/stempel:]
$N^o 30 / 1 / 1$
[Middenboven, stempel met handgeschreven toevoeging:]
11.1941 4/1
[Rechtsboven, getypt:]
2 Januari 1941.
[Rechtsboven, handgeschreven paraaf in potlood en rood krijt/potlood:]
ni Dir [gevolgd door een rode haal]
[Linksboven, getypt:]
L.M.
579 -1939-
[Body:]
Naar aanleiding van het slot van Uw aan den Burgemeester gerichten brief van 24 Augustus 1939, No.932 Fin.1939, deel ik U mede, dat mij gebleken is, dat het marktkantoortje op het Waterlooplein ook gebruikt wordt voor het bijhouden van quitantieboeken, contrôle weekstaten, gegevens of iemand al dan niet met assistentie mag handelen en presentielijsten voor de kooplui. De marktkooplieden moeten teekenen en het geld wordt ter plaatse administratief verantwoord.
Bij mij rijst de vraag of het niet beter zoude zijn het marktkantoortje alleen voor de inning van marktgeld te gebruiken, terwijl de administratie dan zooveel doenlijk ten kantore van den Dienst van het Marktwezen door het daar aanwezige kantoorpersoneel zou moeten geschieden.
Gaarne zou ik hierover Uw oordeel vernemen.
[Links onderaan:]
vM
[Rechts onderaan:]
De Wethouder voor de Levensmiddelen,
Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen,
[Stempel in paars/blauw:]
(get.) F. VAN MEURS
[Links onderaan:]
den Bedrijfs Economischen
Adviseur, A_L_H_I_E_R. In deze brief stelt Wethouder F. van Meurs een reorganisatie voor van de werkzaamheden in het marktkantoortje op het Waterlooplein. Hij refereert aan een eerdere correspondentie uit 1939. Het valt hem op dat de kleine locatie op de markt momenteel belast is met een breed scala aan administratieve taken: het bijhouden van kwitanties, controleren van weekstaten, bijhouden van handelsvergunningen (assistentie) en presentielijsten.
Van Meurs suggereert een efficiëntieslag: het marktkantoortje zou enkel nog gebruikt moeten worden voor de fysieke inning van het marktgeld. Alle overige administratieve handelingen zouden verplaatst moeten worden naar het hoofdkantoor van de Dienst van het Marktwezen, waar specifiek kantoorpersoneel hiervoor beschikbaar is. Hij vraagt de Bedrijfseconomisch Adviseur om advies over deze mogelijke centralisatie. De brief dateert van 2 januari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief een puur administratief karakter lijkt te hebben (efficiëntieverbetering), is de context van belang. Het Waterlooplein was het hart van de Joodse buurt in Amsterdam en een centrale marktplaats.
In de loop van 1941 nam de druk op de Joodse bevolking en hun economische activiteiten drastisch toe door de bezetter. Administratieve controle op wie er mocht handelen ("assistentie") en aanwezigheid ("presentielijsten") was in deze periode niet alleen een kwestie van bedrijfsvoering, maar werd ook een instrument voor uitsluiting en controle door de overheid.
Wethouder F. (Feike) van Meurs was een ervaren bestuurder die na het ontslag van de democratisch gekozen wethouders door de bezetter in de zomer van 1940 aanbleef. Zijn portefeuille was breed en cruciaal voor de stadsvoorziening tijdens de oorlogsjaren. De Dienst van het Marktwezen was de gemeentelijke instantie die toezag op alle marktactiviteiten in de stad.