Archiefdocument
Origineel
No.653 P.W.1940 AFSCHRIFT.
Dienst der Publieke Werken.
No.8590/Doss.23938 S.O.
Onderwerp: Binnenring.
Aan den Heer Wethouder P.W.
In de Raadsvoordracht No.300 van 6 Mei 1938 (Gemeenteblad Afd.I bl.679 en volg.), betreffende de voltooiing van den Binnenring, hebben Burgemeester en Wethouders den Raad een overzicht gegeven van de ter zake te verrichten werken, welke in drie groepen werden verdeeld, te weten:
a. de werken voor het verbreeden van den Binnen-Amstel tusschen Muntplein en Blauwbrug;
b. de werken voor het maken van een verbinding tusschen Blauwbrug en Prins Hendrikkade en
c. de werken, voortvloeiende uit het verbreeden van de Prins Hendrikkade, met bijkomende werken.
De werken werden op een bij de Raadsvoordracht overgelegde overzichtsteekening, gemerkt I, aangegeven, terwijl voor de werken, vermeld onder a en c, tevens de uitgewerkte plannen werden overgelegd en beschreven en de daaruit voortvloeiende kosten werden vermeld.
Aan de werken, genoemd onder b, diende een onteigening vooraf te gaan, terwijl bovendien omtrent enkele bijzonder objecten, welke ten gevolge van de wegverbreding zullen moeten worden verplaatst, nog besprekingen werden gevoerd, zoodat de uitgewerkte plannen en kostenopgave voor de hierbedoelde groep werken in een volgend stadium aan den Raad ter beoordeeling zouden worden voorgelegd.
De voorbereiding van een en ander heeft door verschillende oorzaken meer tijd gevorderd, dan aanvankelijk kon worden voorzien. Bij de verdere uitwerking moesten met verschillende instanties nadere besprekingen worden gevoerd. Overleg met Politie en Tram in de Verkeerscommissie had tot resultaat, dat, in tegenstelling met het voorloopig plan, waarbij de bestaande tramspooraanleg bestendig was gedacht, een nieuw sporenplan werd ontworpen, waarbij van de nieuw te scheppen situtatie werd geprofiteerd om een eenvoudigeren en logischeren tramaanleg te verkrijgen, zooals hieronder nader zal worden beschreven.
Mede als gevolg van den gewijzigden tramaanleg is het project uitgebreid met asfalteering van het gedeelte Waterlooplein tusschen de Blauwbrug en de verlengde Oostelijke rooilijn van de Zwanenburgerstraat, zoomede met herasfalteering van de Rapenburgerstraat tusschen Jonas Daniël Meyerplein en Jodenbreestraat en het vernieuwen van de bestrating van den secundairen rijweg van het Waterlooplein en van het Westelijke gedeelte van het Jonas Daniël Meyerplein; laatstgenoemd weggedeelte is niet geasfalteerd gedacht, omdat de te maken tramaanleg aldaar later weer zal moeten worden gewijzigd. De uitbreiding van het project blijkt uit bijlage IV, waarop de te vernieuwen oppervlakten van het oude en nieuwe project resp. in blauwen en rooden contour met arceering zijn aangegeven.
Verder bleek het vinden van een nieuwe plaats voor het op te ruimen speelterrein op het Waterlooplein vele moeilijkheden te geven, terwijl ook ter zake van het te verplaatsen kantoortje voor den marktmeester verschillende oplossingen moesten worden overwogen. Ten slotte waren ook de bijzondere tijdsomstandigheden oorzaak van een minder vlotten gang van zaken.
Intusschen werden de voor de onteigening van de verschillende voor de verbreding benoodigde perceelen vereischte stukken gereed gemaakt en heeft de Gemeenteraad bij zijn besluit No.645 geheim, d.d. 19 October 1938, besloten, tot onteigening overeenkomstig de Wegenwet over te gaan. De Kroon heeft bij besluit van 12 December 1939, No.243, de onteigening goedgekeurd en de benoodigde perceelen aangewezen, met uitzondering evenwel van het perceel Joden Houttuinen 63-67. Omtrent laatstgenoemd perceel heb ik U gerapporteerd bij mijn schrijven d.d. 8 Maart 11, Grb.No.668, waarbij dezerzijds werd voorgesteld, een nieuw werk te doen uitvoeren, nl. het verbreeden van de Joden Houttuinen en het veranderen van de indeeling van het Markenplein, ten einde een omleidingsmogelijkheid van het verkeer van Oost naar de Prins Hendrikkade te verkrijgen via Markenplein - Joden Houttuinen - Valkenburgerstraat. In de navolgende beschrijving van de te verrichten werkzaamheden is ervan uitgegaan, dat ook het plan voor deze omleiding door den Raad zal worden goedgekeurd en het ten gevolge daarvan benoodigde krediet voor den aanleg van werken zal worden toegestaan.
Beschrijving der werken: De werken bestaan uit twee groepen, nl.:
I. het maken van het sluitstuk van den eigenlijken Binnenring tusschen Blauwbrug en Prins Hendrikkade en
II. het maken van een verkeersomleiding tusschen het kruispunt Muiderstraat, Rapenburgerstraat en de uitmonding van de Joden Houttuinen (Oostelijk deel) op den Binnenring.
Op de bijgevoegde teekening No.152/28 S.O.(bijlage I) zijn de Dit document is een ambtelijk schrijven (afschrift) van de Dienst der Publieke Werken van Amsterdam uit 1940. Het dient als voortgangsrapportage en verantwoording voor de vertragingen en wijzigingen in het grootschalige infrastructuurproject 'de Binnenring'.
De belangrijkste punten uit de analyse zijn:
1. Projectfasering: Het project is opgedeeld in drie delen (a, b en c), waarbij dit document specifiek ingaat op deel b (Blauwbrug naar Prins Hendrikkade).
2. Oorzaken van vertraging: Er worden drie redenen genoemd voor de vertraging: complexe onderhandelingen over onteigening, overleg met de Verkeerscommissie (Politie en Tram) over een nieuw sporenplan, en "bijzondere tijdsomstandigheden" (waarschijnlijk refererend aan de politieke spanningen en mobilisatie aan de vooravond van/tijdens de Tweede Wereldoorlog).
3. Technisch-logistieke wijzigingen: Er is gekozen voor een rationeler tramaanleg en een uitbreiding van de asfalteerwerkzaamheden rondom het Waterlooplein en de Rapenburgerstraat.
4. Onteigening en Omleiding: Een specifiek knelpunt vormde het perceel Joden Houttuinen 63-67, dat niet door de Kroon voor onteigening werd aangewezen. Dit dwong de dienst tot het ontwerpen van een alternatieve verkeersroute via het Markenplein.
5. Sociale aspecten: Het document noemt expliciet de noodzaak voor het verplaatsen van een speelterrein op het Waterlooplein en een kantoortje van de marktmeester. Dit document bevindt zich op het snijvlak van de vooroorlogse modernisering van Amsterdam en de vroege bezettingsjaren (gezien de datum 1940). De 'Binnenring' was bedoeld om de groeiende verkeersstroom in de binnenstad te faciliteren.
De genoemde locaties — Waterlooplein, Jodenbreestraat, Markenplein en Joden Houttuinen — vormen het hart van de historische Joodse buurt van Amsterdam. Het feit dat er in 1938-1940 grootschalige onteigeningen en sloopwerkzaamheden werden gepland ten behoeve van de verkeersdoorstroming, laat zien hoe de fysieke structuur van deze wijk al vóór de volledige verwoesting door de oorlog onder druk stond door stadsvernieuwing.
De term "bijzondere tijdsomstandigheden" is een eufemisme dat in archiefstukken uit deze periode vaak wordt gebruikt voor de directe gevolgen van de oorlogsdreiging en de Duitse inval in mei 1940, wat leidde tot schaarste aan materialen, mankracht en budgettaire onzekerheid.