Archief 745
Inventaris 745-323
Pagina 59
Dossier 29
Jaar 1940
Stadsarchief

Officieel afschrift van een ambtelijke brief.

26 januari 1938. Van: Directeur der Publieke Werken (BS. G.Terr.). Aan: Wethouder van Publieke Werken (P.W.).

Origineel

Officieel afschrift van een ambtelijke brief. 26 januari 1938. Directeur der Publieke Werken (BS. G.Terr.). Wethouder van Publieke Werken (P.W.). No.30/14/1 M.1938 7/2.
No.914 L.M.1935 4/2-'38. AFSCHRIFT.


DIENST DER

PUBLIEKE WERKEN.
AMSTERDAM.
No.10751'37/Doss.4
Bs.(G.Terr.). AMSTERDAM, 26 Januari 1938.

Onderwerp:
Lompenmarkt en speeltuin
Waterlooplein. Aan den Heer Wethouder P.W.
---------------------------
Div. Bylagen.
Antw. op Nos.37/15 P.W.
dd. 11 en 20 November 1937.

            Onder terugzending van de my onder Uw nevenaangehaalde

apostilles toegezonden stukken deel ik U het volgende mede.
In afwachting van het resultaat van de besprekingen,
welke worden gevoerd met het Werkfonds omtrent de financiering van
het aanleggen van een binnenring van het Muntplein naar de Prins
Hendrikkade, wordt de uitvoering van deze verkeersverbetering
voorbereid ingevolge de machtiging van B. en W. dd. 4 December 1936
No.734 P.W. Voor het Waterlooplein tusschen den Blauwbrug en de
Lazarussteeg, welk weggedeelte een onderdeel van den binnenring
vormt, is een totale breedte van 25 m geprojecteerd, ten gevolge
waarvan voor den speeltuin geen voldoende ruimte overblyft; deze
zal dan ook moeten worden verplaatst.
Als nieuwe plaats voor den tuin is reeds vroeger aan het
Jonas Daniël Meyerplein gedacht, welk plein voldoende ruimte
biedt. Deze meening wordt, blykens den brief van den Directeur
van het Marktwezen No.30/52/3 M, dd. 14 October 1937, aan Uw
ambtgenoot voor de Levensmiddelen, gedeeld door de verschillende
betrokken autoriteiten. In deze omgeving is dan ook geen andere
plaats aan te wyzen. Door de speeltoestellen en het gebouwtje te
plaatsen in de nabyheid van het rioleeringsgebouwtje en de boom-
beplanting op het plein met zorg aan te vullen, zal de aanblik
van deze mooie ruimte naar myn meening ook niet noemenswaard worden
geschaad.
Ook het consultatiebureau voor zuigelingen zal in ver-
band met de ontworpen verbreeding van den verkeersweg moeten
worden verplaatst. Oorspronkelyk is dezerzyds overwogen, het be-
staande houten gebouwtje ter plaatse 90º te laten draaien en het Deze brief van de Dienst der Publieke Werken aan de Wethouder betreft de concrete gevolgen van grootschalige verkeersplannen voor de Amsterdamse binnenstad. In het kader van de aanleg van een 'binnenring' (een hoofdverkeersroute tussen het Muntplein en de Prins Hendrikkade) moet de weg bij het Waterlooplein worden verbreed tot 25 meter.

De belangrijkste gevolgen die in dit document worden beschreven zijn:
1. Verplaatsing speeltuin: De verbreding slokt de ruimte van de huidige speeltuin aan het Waterlooplein op. Er wordt voorgesteld deze te verplaatsen naar het nabijgelegen Jonas Daniël Meyerplein. De schrijver benadrukt dat dit met zorg moet gebeuren (nabij het rioleringsgebouwtje en met extra bomen) om de esthetiek van het plein te behouden.
2. Verplaatsing consultatiebureau: Ook het houten gebouwtje van het consultatiebureau voor zuigelingen staat in de weg. De brief eindigt (op deze pagina) met een technische overweging om het gebouwtje een kwartslag te draaien.

De toon is zakelijk en beleidsmatig, waarbij verschillende diensten (Marktwezen, Publieke Werken, Levensmiddelen) met elkaar zijn afgestemd. Dit document stamt uit een periode (eind jaren '30) waarin Amsterdam kampte met een sterke toename van het gemotoriseerd verkeer. Het stedenbouwkundig beleid was gericht op 'cityvorming' en het creëren van brede doorbraken en ringwegen door de oude binnenstad.

De genoemde locaties, het Waterlooplein en het Jonas Daniël Meyerplein, vormden het hart van de toenmalige Joodse buurt. De plannen voor de binnenring zouden decennia later (na de Tweede Wereldoorlog) leiden tot nog ingrijpender wijzigingen, zoals de bouw van de IJ-tunnel en de aanleg van de Weesperstraat als grote verkeersader.

Taalkundig is het document interessant door het gebruik van de toenmalige spelling (zoals 'my', 'blykens', 'meening' en 'nabyheid'), die kort na de oorlog officieel zou worden herzien. Het document weerspiegelt de ambtelijke zorgvuldigheid waarmee infrastructurele vooruitgang werd afgewogen tegen de aanwezige sociale voorzieningen zoals speeltuinen en medische zorg in een dichtbevolkte stad.

Samenvatting

Deze brief van de Dienst der Publieke Werken aan de Wethouder betreft de concrete gevolgen van grootschalige verkeersplannen voor de Amsterdamse binnenstad. In het kader van de aanleg van een 'binnenring' (een hoofdverkeersroute tussen het Muntplein en de Prins Hendrikkade) moet de weg bij het Waterlooplein worden verbreed tot 25 meter.

De belangrijkste gevolgen die in dit document worden beschreven zijn:
1. Verplaatsing speeltuin: De verbreding slokt de ruimte van de huidige speeltuin aan het Waterlooplein op. Er wordt voorgesteld deze te verplaatsen naar het nabijgelegen Jonas Daniël Meyerplein. De schrijver benadrukt dat dit met zorg moet gebeuren (nabij het rioleringsgebouwtje en met extra bomen) om de esthetiek van het plein te behouden.
2. Verplaatsing consultatiebureau: Ook het houten gebouwtje van het consultatiebureau voor zuigelingen staat in de weg. De brief eindigt (op deze pagina) met een technische overweging om het gebouwtje een kwartslag te draaien.

De toon is zakelijk en beleidsmatig, waarbij verschillende diensten (Marktwezen, Publieke Werken, Levensmiddelen) met elkaar zijn afgestemd.

Historische Context

Dit document stamt uit een periode (eind jaren '30) waarin Amsterdam kampte met een sterke toename van het gemotoriseerd verkeer. Het stedenbouwkundig beleid was gericht op 'cityvorming' en het creëren van brede doorbraken en ringwegen door de oude binnenstad.

De genoemde locaties, het Waterlooplein en het Jonas Daniël Meyerplein, vormden het hart van de toenmalige Joodse buurt. De plannen voor de binnenring zouden decennia later (na de Tweede Wereldoorlog) leiden tot nog ingrijpender wijzigingen, zoals de bouw van de IJ-tunnel en de aanleg van de Weesperstraat als grote verkeersader.

Taalkundig is het document interessant door het gebruik van de toenmalige spelling (zoals 'my', 'blykens', 'meening' en 'nabyheid'), die kort na de oorlog officieel zou worden herzien. Het document weerspiegelt de ambtelijke zorgvuldigheid waarmee infrastructurele vooruitgang werd afgewogen tegen de aanwezige sociale voorzieningen zoals speeltuinen en medische zorg in een dichtbevolkte stad.

Kooplieden in dit dossier 35

A. Klein Uilenburg
A. Koper Uilenburg
A. Lister Uilenburg (34)
A. Lopes Dias Uilenburg (35)
V. Kolm Uilenburg
B. Kloots Uilenburg
B.L. de Leeuw Uilenburg
C. de Leeuw Uilenburg
E. de Leeuw Uilenburg
F. Kramer Uilenburg
V. Leeuwen Uilenburg
G. Krijt Uilenburg
H. Kloot Uilenburg
H. Knoop Uilenburg
H. Last Uilenburg
H. Lerner Uilenburg
H. Letgever Uilenburg (1)
J. de Leeuw Uilenburg
G. Kolm Uilenburg
J. de Leeuwe Uilenburg
J. Krak Uilenburg
J. Lam Uilenburg
J. Leutken Uilenburg (32)
C. van Kleef Uilenburg 8
L. Knoop Uilenburg
B. Schuffeleers. Uilenburg (32)
M. Koster Uilenburg
G. de Klijn Uilenburg
O. Lang Uilenburg
Alle 35 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 3