Afschrift van een verzoekschrift (getypte kopie).
Origineel
Afschrift van een verzoekschrift (getypte kopie). N. Blanus (Nieuwe Prinsengracht 49, Amsterdam). Het Gemeentebestuur van Amsterdam. No.30/75/1 M.1940 24/12.
No.23/11 L.M.o940 19/12. AFSCHRIFT.-
-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-
N.Blanus
Nwe Prinsengracht 49 Amsterdam, 17 Dec.1940.
Aan het Gemeentebestuur
van
Amsterdam.
WelEd.Heeren,
Hierdoor verzoek ik U beleefd my ver-
gunning te willen verleenen tot het plaatsen van
een verwarmingsinstallatie voor het bereiden
van koffie, chocolade etc. op een stal op het
marktterrein Waterlooplein.
U by voorbaat dankend, teeken ik,
Hoogachtend,
w.g.N.Blanus. * **Vorm en Stijl:** Het document is een formeel, getypt afschrift van een officiële brief. Het taalgebruik is beleefd en afstandelijk, kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie van die tijd (bijv. "WelEd.Heeren", "verleenen", "teeken ik"). De afkorting "w.g." voor de naam onderaan staat voor "was getekend", wat bevestigt dat dit een kopie is van het origineel.
- Inhoud: De heer N. Blanus verzoekt om toestemming om een verwarmingstoestel te mogen gebruiken in zijn marktkraam ("stal") op het Waterlooplein. Hij wil hiermee warme dranken (koffie en chocolademelk) bereiden voor de verkoop.
- Administratieve sporen: De nummers in de linkerbovenhoek en de datum "24/12" suggereren dat dit verzoek na ontvangst door verschillende gemeentelijke afdelingen is verwerkt of gearchiveerd. * Historisch kader: De brief is gedateerd op 17 december 1940, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlog gingen de normale gemeentelijke bureaucratie en het dagelijkse leven op de markt in eerste instantie door.
- Locatie: Het Waterlooplein was het centrum van de Amsterdamse Joodse buurt. De markt daar was wereldberoemd. Gezien de naam "Blanus" en de woonplek (Nieuwe Prinsengracht), is de kans groot dat de aanvrager van Joodse komaf was.
- Betekenis: Dit document illustreert de poging van een kleine ondernemer om zijn broodwinning voort te zetten onder steeds moeilijker wordende omstandigheden. Korte tijd na dit schrijven zouden de anti-Joodse maatregelen van de bezetter de bewegingsvrijheid en economische positie van mensen zoals de heer Blanus volledig vernietigen. Het Waterlooplein zou uiteindelijk ontruimd worden en de bewoners gedeporteerd. Dit schrijven vormt daarmee een aangrijpend 'stilgetreitert' bewijs van een normaal leven aan de vooravond van de vernietiging.