Administratief bijblad (memo) van een gemeentelijke afdeling (Algemene Zaken Model No. 14).
Origineel
Administratief bijblad (memo) van een gemeentelijke afdeling (Algemene Zaken Model No. 14). [Stempel linksboven]
BIJBLAD VAN:
M . No. 30/75/1 1940
DOORGEZONDEN: 24/12-1940.
[Rechtsboven, handgeschreven]
151
m.i. Insp.
[Midden, handgeschreven instructie/notitie]
Aan Wethouder kan worden be-
richt dat Blomes, daar hij ander
werk heeft gevonden, zijn verzoek
intrekt.
[Linkermarge, rode inkt]
30/75/2 M 1940
[Diverse ambtelijke aantekeningen en data, kris-kras door het midden]
15/1 - 1941 [paraaf]
13-1-41
de Heer
2/1 '40 [?]
Mr. Renz [?]
Advies
2-1-41
de Heer
Oproepen
10-1-41
de Heer
[Onderste tekstblok, concept-antwoord in lichte inkt]
Onder terugzending van het met
Uw kantbrief dd. 20 December jl. om advies
ontvangen stuk no. 23/11 L.M. 1940 heb ik de eer
u te berichten, dat inmiddels is gebleken,
dat adressant andere werkzaamheden heeft gevonden,
weshalve hij zijn verzoek intrekt.
Ik heb de eer u te adviseren, de
onderhavige aangelegenheid hiermede als
afgedaan te beschouwen.
[Rechtsonder aantekening]
P 13/1 40 ½ w
[paraaf met rode streep]
[Voettekst]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document is een typisch voorbeeld van Nederlandse gemeentelijke administratie uit de vroege bezettingsjaren. Het betreft de interne afhandeling van een verzoekschrift.
* Inhoud: De kern van de zaak is dat een burger (Blomes) een verzoek had ingediend bij de wethouder, maar dit verzoek weer intrekt omdat hij in de tussentijd ander werk heeft gevonden.
* Structuur: De onderste helft bevat de concepttekst voor de officiële rapportage aan de wethouder. De bovenste helft bevat de ambtelijke samenvatting en de stappen die zijn ondernomen (zoals het "oproepen" van de persoon op 10-1-41).
* Functionarissen: Er zijn verschillende handen zichtbaar. Een ambtenaar genaamd "de Heer" (of mogelijk "de Haan") lijkt de feitelijke afhandeling en controle op verschillende data te hebben uitgevoerd. Ook wordt er verwezen naar een advies van een jurist ("Mr. Renz"). Het stuk dateert van december 1940 en januari 1941. Dit is tijdens de Duitse bezetting van Nederland, maar de ambtelijke molen draaide in deze periode veelal door op de vooroorlogse manier, gebruikmakend van bestaande formulieren (het formulier zelf stamt uit de serie van 1937). De verwijzing naar het vinden van "ander werk" suggereert dat het oorspronkelijke verzoek wellicht gerelateerd was aan sociale steun of werkverschaffing, wat in die periode van economische onzekerheid een veelvoorkomend onderwerp was voor verzoeken aan het college van B&W. M. No