Archief 745
Inventaris 745-323
Pagina 152
Dossier 29
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijk schrijven / brief

8 januari 1941 Van: J. Renz

Origineel

Ambtelijk schrijven / brief 8 januari 1941 J. Renz Waterlooplein 8 Jan: 1941

Den Heer
Inspecteur

Den Heer N. Blanus is aan het Waterloo-
plein onbekend, als vaste pl: h: of solli-
citant. Een eerste noodzaak is dat Dhr:
Blanus zijn verwarmingsinstallatie
laat keuren door de brandweer, en wan-
neer het daar goedgekeurd is, zich dan
als sollicitant laat inschrijven. Op het
z:g: fruitpleintje zijn daarvoor geschikte
plaatsen vacant.

J. Renz Dit document is een kort rapport of advies van een marktbeheerder (mogelijk een marktmeester, gezien de ondertekening door J. Renz) aan een inspecteur betreffende een verzoek van een zekere heer N. Blanus.

De kernpunten uit de tekst zijn:
* Status aanvrager: De heer N. Blanus staat momenteel niet geregistreerd als vaste plaatshouder (pl: h:) of als officiële sollicitant voor een plek op het Waterlooplein.
* Veiligheidsvoorschrift: Voordat hij in aanmerking komt voor een inschrijving, moet zijn verwarmingsinstallatie gekeurd worden door de brandweer. Dit wijst erop dat hij waarschijnlijk een kraam met een kachel of kooktoestel wil exploiteren (belangrijk in de wintermaanden).
* Beschikbaarheid: Er wordt direct een suggestie gedaan voor een locatie: op het zogenaamde "fruitpleintje" zijn nog geschikte plaatsen vrij.

Het handschrift is een verzorgd en duidelijk leesbaar Nederlands cursiefschrift uit de eerste helft van de 20e eeuw. De datum van de brief, 8 januari 1941, is historisch zeer relevant. Nederland bevond zich op dat moment in de achtste maand van de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het Waterlooplein was in die tijd het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt en de markt daar was een essentieel onderdeel van het dagelijks leven en de economie van de buurt.

Kort na de datum van dit schrijven, in februari 1941, zouden de spanningen in deze buurt escaleren met de eerste grote razzia's en de daaropvolgende Februaristaking. De naam N. Blanus is interessant; de familie Blanus was een bekende naam in de Amsterdamse Joodse gemeenschap en onder marktkooplieden.

Dit document illustreert hoe de gemeentelijke bureaucreatie en de handhaving van marktregels (zoals brandveiligheid) gewoon doorgingen onder het toeziend oog van de bezetter, zelfs in een gebied dat zeer spoedig zwaar getroffen zou worden door de anti-Joodse maatregelen. De verwijzing naar het "fruitpleintje" specificeert een specifiek deel van de markt op het Waterlooplein.

Samenvatting

Dit document is een kort rapport of advies van een marktbeheerder (mogelijk een marktmeester, gezien de ondertekening door J. Renz) aan een inspecteur betreffende een verzoek van een zekere heer N. Blanus.

De kernpunten uit de tekst zijn:
* Status aanvrager: De heer N. Blanus staat momenteel niet geregistreerd als vaste plaatshouder (pl: h:) of als officiële sollicitant voor een plek op het Waterlooplein.
* Veiligheidsvoorschrift: Voordat hij in aanmerking komt voor een inschrijving, moet zijn verwarmingsinstallatie gekeurd worden door de brandweer. Dit wijst erop dat hij waarschijnlijk een kraam met een kachel of kooktoestel wil exploiteren (belangrijk in de wintermaanden).
* Beschikbaarheid: Er wordt direct een suggestie gedaan voor een locatie: op het zogenaamde "fruitpleintje" zijn nog geschikte plaatsen vrij.

Het handschrift is een verzorgd en duidelijk leesbaar Nederlands cursiefschrift uit de eerste helft van de 20e eeuw.

Historische Context

De datum van de brief, 8 januari 1941, is historisch zeer relevant. Nederland bevond zich op dat moment in de achtste maand van de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het Waterlooplein was in die tijd het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt en de markt daar was een essentieel onderdeel van het dagelijks leven en de economie van de buurt.

Kort na de datum van dit schrijven, in februari 1941, zouden de spanningen in deze buurt escaleren met de eerste grote razzia's en de daaropvolgende Februaristaking. De naam N. Blanus is interessant; de familie Blanus was een bekende naam in de Amsterdamse Joodse gemeenschap en onder marktkooplieden.

Dit document illustreert hoe de gemeentelijke bureaucreatie en de handhaving van marktregels (zoals brandveiligheid) gewoon doorgingen onder het toeziend oog van de bezetter, zelfs in een gebied dat zeer spoedig zwaar getroffen zou worden door de anti-Joodse maatregelen. De verwijzing naar het "fruitpleintje" specificeert een specifiek deel van de markt op het Waterlooplein.

Locaties

Amsterdam (Waterlooplein)

Kooplieden in dit dossier 35

A. Klein Uilenburg
A. Koper Uilenburg
A. Lister Uilenburg (34)
A. Lopes Dias Uilenburg (35)
V. Kolm Uilenburg
B. Kloots Uilenburg
B.L. de Leeuw Uilenburg
C. de Leeuw Uilenburg
E. de Leeuw Uilenburg
F. Kramer Uilenburg
V. Leeuwen Uilenburg
G. Krijt Uilenburg
H. Kloot Uilenburg
H. Knoop Uilenburg
H. Last Uilenburg
H. Lerner Uilenburg
H. Letgever Uilenburg (1)
J. de Leeuw Uilenburg
G. Kolm Uilenburg
J. de Leeuwe Uilenburg
J. Krak Uilenburg
J. Lam Uilenburg
J. Leutken Uilenburg (32)
C. van Kleef Uilenburg 8
L. Knoop Uilenburg
B. Schuffeleers. Uilenburg (32)
M. Koster Uilenburg
G. de Klijn Uilenburg
O. Lang Uilenburg
Alle 35 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 3