Administratieve oproepkaart/dossierkaart van het Marktwezen Amsterdam.
Origineel
Administratieve oproepkaart/dossierkaart van het Marktwezen Amsterdam. [Gedrukte tekst met handgeschreven aanvullingen]
Opgeroepen per
(datum) (uur)
...30. Decr '40 ...10.....
of
.................... ..........
wegens niet geregeld bezetten
plaats op de markt ....................
...Waterlooplein ...................
nummer plaats/voorkeurskaart .5.7..
gewaarschuwd op .2.3.-.1.0.-.'4.0.....
Aan
Ph. Polak
Nwe Prinsengracht 54 I
[Rechterbovenzijde]
Nº 30/76/1 M. 1940
Aanteekeningen Inspecteur:
Aan oproeping geen gevolg
gegeven.
intrekken 31-12-'40
de Boer
========================================
Genoteerd op slip ......................
Gezien de marktambtenaar,
bedankt Zie K.op. 251
[Onleesbare handtekening/paraf] Dit document is een administratieve vastlegging van de beëindiging van een marktplaatsvergunning. De heer Ph. Polak, die een vaste standplaats had op het Waterlooplein (nummer 57), werd ervan beschuldigd zijn plek niet regelmatig te bezetten.
Uit de chronologie op de kaart blijkt het volgende:
1. 23 oktober 1940: De koopman krijgt een officiële waarschuwing.
2. 30 december 1940: Hij wordt om 10:00 uur opgeroepen om te verschijnen voor de inspectie.
3. 31 december 1940: De inspecteur (De Boer) noteert dat Polak niet is komen opdagen ("geen gevolg gegeven") en besluit de vergunning in te trekken.
De term "bedankt" linksonder moet in deze context gelezen worden als "afgehandeld" of "opgezegd". De verwijzing "Zie K.op. 251" duidt waarschijnlijk op een vervolgnotitie in een register van 'Kaarten Opgezegd' of een soortgelijk administratief boek. Het document dateert van december 1940, de eerste winter van de Duitse bezetting van Nederland. Deze kaart biedt een blik op het dagelijks leven en de bureaucratie in Amsterdam tijdens deze periode.
- De locatie: Het Waterlooplein was het centrum van de Amsterdamse Joodse handel. De naam "Polak" en het adres op de Nieuwe Prinsengracht (midden in de Joodse buurt) bevestigen dat het hier zeer waarschijnlijk gaat om een Joodse marktkoopman.
- De tijdsgeest: Hoewel de grootschalige uitsluiting van Joden van het economisch leven in 1941 pas echt zijn dieptepunt zou bereiken met de instelling van specifieke 'Jodenmarkten', was de controle op vergunningen in 1940 al streng. Het feit dat iemand zijn marktplaats niet meer "geregeld bezette", kon in deze periode diverse oorzaken hebben: van ziekte tot de toenemende restricties en onzekerheid voor de Joodse bevolking onder het nieuwe regime.
- Administratieve overgang: Het jaar 1940 was het jaar waarin de bezetter de grip op het Amsterdamse marktwezen verstevigde om de distributie en economie te controleren. Voor een kleine zelfstandige betekende de aantekening "intrekken" het directe verlies van inkomen. Marktwezen