Officiële brief (aanmaning/waarschuwing).
Origineel
Officiële brief (aanmaning/waarschuwing). 4 januari 1940. De Directeur van het Marktwezen. [Logo: Drie Andreaskruisen geflankeerd door gestileerde figuren]
MARKTWEZEN AMSTERDAM DV. [Handgeschreven:] Verzonden 4/1-'40
TELEFOONNUMMER 85151 VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN
No. 31/2/3 M.
BIJLAGE _
ONDERWERP: _ AMSTERDAM (W.) 4 Januari 1940
JAN VAN GALENSTRAAT 14
**AAN den Heer C. van Kleef,**
**2e Boerhaavestraat 3 III,**
**Amsterdam-Oost.**
**Wijk 11.**
Aangezien U gedurende langer dan drie weken in ge-
breke is gebleven, om het marktgeld, verschuldigd voor Uw
plaats op de markt **Uilenburg**
te betalen, waarschuw ik U hierbij, dat U alsnog [doorstreept: vóór] **op**
**7 Januari a.s.** aan Uw verplichting moet voldoen.
Ik wijs U er **met nadruk** op, dat, indien U langer in
gebreke blijft, de U verleende vaste plaats, ingevolge artikel
11 van het Reglement op de Markten, met ingang van
**14 Januari a.s. onherroepelijk wordt ingetrokken.**
Indien een geldige reden U verhindert, om aan Uw
verplichtingen te voldoen (bijvoorbeeld omdat U steun geniet;
in een ziekenhuis wordt verpleegd, enz.) dient U **onmiddellijk**
in dienst hiervan in kennis te stellen, omdat dan kan worden
voorkomen, dat de intrekking plaatsvindt.
**De Directeur,**
A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-6-'38-1633. Deze brief is een formele, dwingende aanmaning van het Amsterdamse Marktwezen aan een marktkraamhouder, de heer C. van Kleef. De kern van de zaak is een betalingsachterstand van meer dan drie weken voor het "marktgeld" (staangeld) voor zijn plek op de markt in de Uilenburg.
De toon is bureaucratisch en streng. Er wordt een harde deadline gesteld (7 januari) voor betaling, met de directe dreiging dat bij het uitblijven daarvan de "vaste plaats" per 14 januari onherroepelijk zal worden ingetrokken op basis van het vigerende marktreglement.
Opvallend is de nuance in de laatste alinea: de directeur laat de mogelijkheid open voor verzachtende omstandigheden, zoals armoede ("steun geniet") of ziekte. Dit duidt erop dat de dienst bekend was met de precaire sociaaleconomische positie van veel marktkooplieden in die tijd. De tekst "vóór" is doorgehaald en vervangen door "op", wat de ontvanger technisch gezien een dag extra geeft om te betalen. De datum van de brief, 4 januari 1940, plaatst het document in een zeer specifieke historische context: de mobilisatieperiode in Nederland, slechts enkele maanden voor de Duitse inval in mei 1940.
De locatie van de markt, Uilenburg, is saillant. De Uilenburg was van oudsher een arme, dichtbevolkte buurt in de Amsterdamse Jodenbuurt. De markt aldaar was een essentieel onderdeel van de lokale economie en bestond grotendeels uit Joodse handelaren. Voor een koopman in deze buurt betekende het verliezen van een "vaste plaats" vaak een directe ramp voor het gezinsinkomen, zeker in een tijd van economische schaarste en oplopende spanningen.
De administratieve details, zoals het adres aan de Jan van Galenstraat (waar de Centrale Markthallen gevestigd waren) en de verwijzing naar "Wijk 11", tonen de strakke organisatie van het Amsterdamse marktwezen in de vooroorlogse jaren. De voetnoot "A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-6-'38-1633" geeft aan dat dit een standaardformulier was, waarvan er in juni 1938 10.000 stuks waren gedrukt, wat suggereert dat dergelijke wanbetalingen en aanmaningen zeer frequent voorkwamen. C. van Kleef Gemeente Amsterdam Marktwezen