Handgeschreven ambtelijke notitie / brief.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie / brief. 6 februari 1940. Den heer Inspecteur
v/h. Marktwezen alhier.
/Br: 314/8 M. '40
Rekening houdende met het slechte weer
van de laatste tijd, is het m.i. geen bezwaar
om de intrekking van de plaats van v. West
te doen intrekken.
Amsterdam 6 Februari 1940
T. Middelburgt Het document is een kort advies of besluit gericht aan de Inspecteur van het Marktwezen in Amsterdam. De schrijver, T. Middelburgt (vermoedelijk een functionaris binnen dezelfde dienst), adviseert om een eerdere beslissing terug te draaien.
De kern van de boodschap is dat de "intrekking van de plaats" (het intrekken van de vergunning of staanplaats op de markt) van een zekere heer of mevrouw Van West ongedaan moet worden gemaakt ("te doen intrekken"). Als reden hiervoor wordt clementie aangehaald vanwege het aanhoudende slechte weer van de afgelopen periode. Het suggereert dat Van West zijn/haar marktplaats wellicht niet had bezet of aan verplichtingen had voldaan door weersomstandigheden, wat normaal gesproken tot intrekking van de rechten zou leiden. Dit document stamt uit februari 1940, de periode van de 'Mobilisatie' in Nederland, slechts enkele maanden voor de Duitse inval. In Amsterdam was het Marktwezen een strak gereguleerde gemeentelijke dienst.
De winter van 1939-1940 was extreem streng; januari 1940 staat nog steeds bekend als een van de koudste maanden van de 20e eeuw met veel sneeuw en ijs. Dit verklaart de opmerking over het "slechte weer". Veel marktkooplieden konden door de bevroren wegen en de extreme kou hun werk niet uitoefenen. Uit dit briefje spreekt een zekere mate van ambtelijke menselijkheid in een tijd van economische en meteorologische tegenspoed. T. Middelburgt Marktwezen
Samenvatting
Het document is een kort advies of besluit gericht aan de Inspecteur van het Marktwezen in Amsterdam. De schrijver, T. Middelburgt (vermoedelijk een functionaris binnen dezelfde dienst), adviseert om een eerdere beslissing terug te draaien.
De kern van de boodschap is dat de "intrekking van de plaats" (het intrekken van de vergunning of staanplaats op de markt) van een zekere heer of mevrouw Van West ongedaan moet worden gemaakt ("te doen intrekken"). Als reden hiervoor wordt clementie aangehaald vanwege het aanhoudende slechte weer van de afgelopen periode. Het suggereert dat Van West zijn/haar marktplaats wellicht niet had bezet of aan verplichtingen had voldaan door weersomstandigheden, wat normaal gesproken tot intrekking van de rechten zou leiden.
Historische Context
Dit document stamt uit februari 1940, de periode van de 'Mobilisatie' in Nederland, slechts enkele maanden voor de Duitse inval. In Amsterdam was het Marktwezen een strak gereguleerde gemeentelijke dienst.
De winter van 1939-1940 was extreem streng; januari 1940 staat nog steeds bekend als een van de koudste maanden van de 20e eeuw met veel sneeuw en ijs. Dit verklaart de opmerking over het "slechte weer". Veel marktkooplieden konden door de bevroren wegen en de extreme kou hun werk niet uitoefenen. Uit dit briefje spreekt een zekere mate van ambtelijke menselijkheid in een tijd van economische en meteorologische tegenspoed.