Handgeschreven briefkaart.
Origineel
Handgeschreven briefkaart. 3 januari 1940. S. Overst, wonende aan de Tugelaweg 128 II-III te Amsterdam. Waarschijnlijk de Inspectie van het Marktwezen. (Aantekening rechtsboven in ander handschrift:)
M. v. Insp.
(Hoofdtekst:)
A’dam. 3 / 1. 40
Geachte Heer!
Als vaste standplaats houder voor
de markt Uilenburg wil ik U er op
attent maken dat ik sinds langen tijd
van die plaats geen gebruik maak
en voorloopig ik ook geen gebruik van
zal maken. Mocht ik weer in de gelegen-
heid zijn, hoop ik dat ik voor een vaste
plaats weer in de termen valt.
Uw dankend voor de mij bewezen diensten
verblijf ik
Hoog achtend
S. Overst
Tugelaweg 128 II - III
A'dam.
(Aantekening linksonder in potlood:)
6260. * Inhoud: De brief is een zakelijke mededeling waarin de afzender, S. Overst, meldt dat hij zijn vaste plek op de markt in de Uilenburgerstraat al langere tijd niet benut en dit voorlopig ook niet zal doen. Hij spreekt de hoop uit dat hij in de toekomst weer voor een vaste plaats in aanmerking kan komen ("in de termen valt").
* Stijl en taal: Het schrijven is formeel en beleefd ("Geachte Heer", "Hoog achtend"). Er zijn enkele kleine grammaticale eigenaardigheden (zoals "ik ... valt" en "Uw dankend"), die typerend zijn voor de toenmalige correspondentie van burgers met een eenvoudige achtergrond.
* Identificatie: De afzender kan worden geïdentificeerd als Salomon Overst, die volgens historische bronnen inderdaad op Tugelaweg 128 woonde en werkzaam was als marktkoopman. De aantekening "M. v. Insp." verwijst vermoedelijk naar de Markt-inspectie. Dit document stamt uit een kritieke periode in de Amsterdamse geschiedenis, slechts enkele maanden voor de Duitse inval in mei 1940. De markt op Uilenburg was het kloppend hart van de oude Joodse wijk. De Transvaalbuurt (waar de Tugelaweg ligt) was in die tijd een wijk waar veel Joodse Amsterdammers woonden die de krappe woningen in de oude binnenstad hadden verlaten.
Dat een marktkoopman in januari 1940 afstand doet van zijn vaste plek kan te maken hebben met persoonlijke of economische redenen, maar past ook in het bredere beeld van de toenemende onzekerheid aan de vooravond van de oorlog. Salomon Overst, de schrijver van deze brief, is later tijdens de Holocaust gedeporteerd en vermoord, wat dit ogenschijnlijk alledaagse administratieve briefje een tragische historische lading geeft.