Archief 745
Inventaris 745-323
Pagina 262
Dossier 11
Jaar 1940
Stadsarchief

Archiefdocument

20 maart 1940

Origineel

20 maart 1940 [Briefhoofd]
MARKTWEZEN AMSTERDAM VP/HG.
TELEFOONNUMMER 85151
No. 31/19/2 M.
BIJLAGE 1
ONDERWERP: Klacht van H. Prins inzake Zondagsmarkt Uilenburg.

[Handgeschreven linksboven]
22/3/40 [Paraaf]
4.

[Handgeschreven in de linker marge, schuin]
Groenveld,
Ant. Not. daarna
stuk in dossier 2

[Datum en Adressering]
AMSTERDAM (W.) 20 Maart 1940.
JAN VAN GALENSTRAAT 14
AAN den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier.

[Inhoud]
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 7 dezer om advies ontvangen stuk no. 254 L.M.1940 heb ik de eer U te berichten, dat den adressant dezerzijds niet anders is toegezegd, dan dat er naar zal worden gestreefd, hem zoo min mogelijk overlast van de Zondagsmarkt Uilenburg te doen ondervinden. Den op de Zondagsmarkt dienstdoenden ambtenaren is thans andermaal opgedragen er op toe te zien, dat het uitzicht op de kapperszaak van adressant zoo min mogelijk wordt belemmerd.

[Gecorrigeerde alinea - getypte tekst is grotendeels doorgehaald en vervangen door handgeschreven tekst]
~~Ik geef U beleefd in overweging adressant te doen berichten, dat hem niet kan worden toegezegd, dat [handgeschreven tussenvoeging: er voor zijn winkelraam geen kramen zullen worden geplaatst] ~~het uitzicht op zijn zaak geheel vrij blijft~~, doch dat het dienstdoende marktpersoneel opdracht heeft hem ten deze, voor zoover de belangen van den dienst dit toelaten, ter wille te zijn.~~

[Handgeschreven vervanging onder de doorhaling]
zal worden gelet, voor zoover dit met de belangen der Zondagsmarkt vereenigbaar is.

[Handgeschreven blok onderaan, omcirkeld en gemarkeerd met '2' en '1']
Indien op de Zondagsmarkt geen kramen werden geplaatst voor winkels, zouden verscheidene vaste plaatsen op die markt moeten worden ingetrokken. Den adressant is dezerzijds terzake dan ook geenerlei toezegging gedaan.

De Directeur,
[Paraaf] Dit document is een ambtelijk advies van de Directeur van het Marktwezen aan de Wethouder voor Levensmiddelen. De kern van de zaak is een klacht van een zekere heer H. Prins, een kapper op Uilenburg, die klaagt dat de marktstalletjes op zondag het zicht op zijn zaak belemmeren.

De brief is van bijzonder historisch-administratief belang vanwege de uitgebreide correcties. In eerste instantie lijkt de tekst een redelijk toeschietelijke toon aan te slaan ("ter wille te zijn"). De handgeschreven wijzigingen maken het standpunt van de gemeente echter harder:
1. Men benadrukt dat er geen enkele toezegging is gedaan.
2. Men voert een praktisch argument aan: als men kramen voor winkelruiten weglaat, verliest de markt teveel vaste staanplaatsen.
3. De verantwoordelijkheid wordt verschoven naar een algemeen "streven" naar minimale overlast, in plaats van een concrete belofte over het vrijhouden van het uitzicht. De datum van de brief, 20 maart 1940, is saillant. Het is slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. De locatie, Uilenburg, was een van de dichtstbevolkte buurten in de Joodse wijk van Amsterdam.

De Zondagsmarkt op Uilenburg was uniek en historisch gegroeid omdat de Joodse kooplieden en bewoners de Sabbat op zaterdag vierden en hun handelsactiviteiten daarom op zondag concentreerden. Dit leidde vaak tot frictie met winkeliers (zoals kapper Prins) die hun etalages geblokkeerd zagen door de kramen van de marktkooplieden. De brief illustreert de bureaucratische afhandeling van dergelijke lokale conflicten in een tijdperk dat vlak voor een catastrofale verandering stond.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk advies van de Directeur van het Marktwezen aan de Wethouder voor Levensmiddelen. De kern van de zaak is een klacht van een zekere heer H. Prins, een kapper op Uilenburg, die klaagt dat de marktstalletjes op zondag het zicht op zijn zaak belemmeren.

De brief is van bijzonder historisch-administratief belang vanwege de uitgebreide correcties. In eerste instantie lijkt de tekst een redelijk toeschietelijke toon aan te slaan ("ter wille te zijn"). De handgeschreven wijzigingen maken het standpunt van de gemeente echter harder:
1. Men benadrukt dat er geen enkele toezegging is gedaan.
2. Men voert een praktisch argument aan: als men kramen voor winkelruiten weglaat, verliest de markt teveel vaste staanplaatsen.
3. De verantwoordelijkheid wordt verschoven naar een algemeen "streven" naar minimale overlast, in plaats van een concrete belofte over het vrijhouden van het uitzicht.

Historische Context

De datum van de brief, 20 maart 1940, is saillant. Het is slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. De locatie, Uilenburg, was een van de dichtstbevolkte buurten in de Joodse wijk van Amsterdam.

De Zondagsmarkt op Uilenburg was uniek en historisch gegroeid omdat de Joodse kooplieden en bewoners de Sabbat op zaterdag vierden en hun handelsactiviteiten daarom op zondag concentreerden. Dit leidde vaak tot frictie met winkeliers (zoals kapper Prins) die hun etalages geblokkeerd zagen door de kramen van de marktkooplieden. De brief illustreert de bureaucratische afhandeling van dergelijke lokale conflicten in een tijdperk dat vlak voor een catastrofale verandering stond.

Kooplieden in dit dossier 35

A. Klein Uilenburg
A. Koper Uilenburg
A. Lister Uilenburg (34)
A. Lopes Dias Uilenburg (35)
V. Kolm Uilenburg
B. Kloots Uilenburg
B.L. de Leeuw Uilenburg
C. de Leeuw Uilenburg
E. de Leeuw Uilenburg
F. Kramer Uilenburg
V. Leeuwen Uilenburg
G. Krijt Uilenburg
H. Kloot Uilenburg
H. Knoop Uilenburg
H. Last Uilenburg
H. Lerner Uilenburg
H. Letgever Uilenburg (1)
J. de Leeuw Uilenburg
G. Kolm Uilenburg
J. de Leeuwe Uilenburg
J. Krak Uilenburg
J. Lam Uilenburg
J. Leutken Uilenburg (32)
C. van Kleef Uilenburg 8
L. Knoop Uilenburg
B. Schuffeleers. Uilenburg (32)
M. Koster Uilenburg
G. de Klijn Uilenburg
O. Lang Uilenburg
Alle 35 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 3