Ambtelijke notitie / intern adviesblad (Algemene Zaken Model No. 14).
Origineel
Ambtelijke notitie / intern adviesblad (Algemene Zaken Model No. 14). 24 oktober 1940 en 26 oktober 1940. [Stempel linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 31/40/1940
DOORGEZONDEN: 9/9
[Handgeschreven tekst rechtsboven]
720
in dossier
Insp.
[Hoofdtekst]
Op grond van het bij art 75 van de
A.P.V. bepaalde, dient het verzoek van F. van
Oers, m.i. te worden afgewezen.
24-10-’40
de Boer
[Tekst onderaan, diagonaal doorgehaald met een groot kruis]
Insp.
Is deze zaak niet
eens met de Politie
(bij [onleesbaar, mogelijk 'Snelders']?) kunnen
worden besproken? Zijn dit
wel “vertooningen” als bedoeld
art 75a A.P.V.?
26-10-’40
[Paraaf]
[Rechtsonder, grotendeels onleesbare krabbel/paraaf]
...geen bezwaar...
[Voetnoot gedrukt]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document is een ambtelijk advies betreffende een verzoek van een zekere F. van Oers. De essentie van het document is de afwijzing van dit verzoek op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening (A.P.V.).
- Eerste besluit (24-10-1940): Inspecteur De Boer adviseert het verzoek af te wijzen op grond van Artikel 75 van de A.P.V. Dit artikel in een APV heeft doorgaans betrekking op vergunningen voor openbare vermakelijkheden of het gebruik van de openbare weg.
- Tweede opmerking (26-10-1940): Er is een latere notitie toegevoegd (later doorgehaald) waarin een andere functionaris zich afvraagt of er wel overleg is geweest met de politie en of de activiteit van Van Oers wel juridisch gekwalificeerd kan worden als een "vertoning" onder artikel 75a. Dit duidt op interne juridische twijfel over de juiste grondslag voor de afwijzing.
- Formulier: Het gebruik van "Model No. 14" van Algemene Zaken wijst op een gestandaardiseerde gemeentelijke administratie uit de vooroorlogse periode (drukdatum 1937). Dit document stamt uit oktober 1940, de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de bezetting gaande was, bleef de lokale Nederlandse administratie en de uitvoering van de A.P.V. grotendeels functioneren volgens de bestaande wetgeving.
De strikte regulering van "vertoningen" en verzoeken van burgers was in deze periode precair; de autoriteiten waren extra alert op openbare bijeenkomsten of activiteiten die de openbare orde konden verstoren of die door de bezetter als ongewenst konden worden beschouwd. De discussie tussen art. 75 (algemeen) en 75a (specifiek voor vertoningen) suggereert dat Van Oers mogelijk een vergunning aanvroeg voor een evenement, optreden of een vorm van straathandel/vermaak. A.P.V. Dit De Boer (Inspecteur) F. van Politie