Ambtsbericht / Rapport van een marktambtenaar.
Origineel
Ambtsbericht / Rapport van een marktambtenaar. V. Middeldorp (marktambtenaar te Amsterdam). De Inspecteur van het Marktwezen, Amsterdam. Den heer Inspecteur
v/h Marktwezen. Alhier.
Pr: 31/41 / M 40.
Op Zondag 8 September '40 ± 9.30 uur v.m.,
toen ik met het uitdeelen van plaatsen op Uilenburg
bezig was, kwam den heer van Emden bij mij en
wilde ook in aanmerking komen voor een plaats.
Daar hij echter te laat was, moest hij wachten tot
de loting was afgeloopen. Om van Emden dit mede
te deelen, kreeg ik geen gelegenheid, daar hij op een
zeer onbehoorlijke manier in het bijzijn van een
talrijk publiek tegen mij begon uit te pakken en
mij de woorden toevoegde: "Ik zal jullie wel eens
leeren, jij laat Schalliës plaatsen uitdeelen"
en dreigde mij met de woorden "Ik zal den h.
Rost van Tonningen en Woudenberg er van in kennis
stellen." Er ontstond hierdoor een volksoploop, waar-
door ik van Emden gelastte door te loopen, hieraan
voldeed hij echter niet, waardoor ik hem beetpakte
en eenige meters uit de volksverzameling verwijder-
de. Indien van Emden op tijd bij de loting was geweest,
had hij mee kunnen loten. Er was geen reden om zich
te beroepen op den heer Schalliës, waar hij onenigheid
mee heeft en dit tegen mij uit wil spelen. Indien
naar den heer Schalliës, deze is voorzitter van de
standwerkersbond en geeft reeds een vijftal jaren
de open plaatsen, die vrij blijven (2 of 3 stuks) aan.
Het is voor de ambtenaar die belast is met de leiding
op Uilenburg niet mogelijk om in de klok van 10 tot 11 uur
overal te zijn. Op de Oude Schans en Houttuinen
worden in die klok vele losse kooplieden door mij
geplaatst, het is in de praktijk gebleken dat mijn aan-
wezigheid daar noodzakelijk is en niet voor die 2 of
3 plaatsen bij den heer Schalliës. Het is nu al
ongeveer vijf jaar zoo goed verloopen. Den heer van
Emden was ook niet verplicht om zich door Schalliës
een plaats te laten aanwijzen, maar dan moet hij
zich ook bij mij persoonlijk vervoegen en niet te laat.
Amsterdam 20 September 1940
(w.g.) V. Middeldorp In dit ambtelijke schrijven doet de heer Middeldorp verslag van een ordeproleem op de markt in de Amsterdamse buurt Uilenburg. De kern van het conflict is tweeledig:
1. Procedureel: De koopman Van Emden verscheen te laat voor de loting van staanplaatsen en eiste desondanks direct een plek op.
2. Bestuurlijk/Politiek: Van Emden beschuldigt de ambtenaar ervan de macht over de plekken over te dragen aan de heer Schalliës (voorzitter van de standwerkersbond).
De ambtenaar verweert zich door te stellen dat hij fysiek niet op drie plekken tegelijk kan zijn (Uilenburg, Oude Schans en Houttuinen) en dat de samenwerking met de bondsvoorzitter Schalliës al vijf jaar naar behoren functioneert voor de weinige resterende plekken. Opvallend is het fysieke ingrijpen ("beetpakte") door de ambtenaar om een volksoploop te sussen. Dit document is geschreven in september 1940, slechts vier maanden na de Duitse inval in Nederland. De politieke lading is groot: Van Emden dreigt de ambtenaar aan te geven bij Rost van Tonningen (de prominente NSB-leider) en H.J. Woudenberg (NSB-voorman en later leider van het Nederlands Arbeidsfront).
In deze vroege fase van de bezetting probeerden sommige burgers en kooplieden hun zin door te drijven door te dreigen met hun connecties binnen de nieuwe nationaalsocialistische orde. De ambtenaar bevindt zich hier in een lastig parket: hij probeert de bestaande Amsterdamse marktverordeningen en informele werkafspraken te handhaven, terwijl hij geconfronteerd wordt met de nieuwe machtsverhoudingen en de intimidatie die daarmee gepaard ging. De locatie, Uilenburg, was bovendien een van de hartsteden van de Joodse buurt in Amsterdam, wat de spanningen op de markt in die periode extra beladen maakte.