Administratief bijblad/notitie van de Gemeente Amsterdam (waarschijnlijk Marktwezen).
Origineel
Administratief bijblad/notitie van de Gemeente Amsterdam (waarschijnlijk Marktwezen). September 1940. [Stempel linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 31/43/1 1940
DOORGEZONDEN: b/g
[Rechtsboven:]
737
[Hoofdtekst:] Dit document is een ambtelijke notitie betreffende de intrekking van een marktvergunning. De heer B. van West, die standplaats 620 op de markt in de Amsterdamse Uilenburg bezette, had een betalingsachterstand. Hij werd gewaarschuwd deze uiterlijk 15 september 1940 te voldoen. Omdat betaling uitbleef, werd zijn standplaats op 22 september 1940 officieel ingetrokken wegens "wanbetaling". Een eerder concept-besluit (waarin sprake was van een verzoek van Van West) is doorgehaald, aangezien de intrekking de zaak definitief maakte. De administratieve afhandeling werd tussen 25 en 28 september 1940 door verschillende ambtenaren (waaronder de heer De Haer) geaccordeerd. Het document dateert van september 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De locatie, de Uilenburg, was het hart van de oude Joodse buurt in Amsterdam. De markt aldaar was een vitale bron van inkomsten voor veel Joodse bewoners die in armoede leefden. Hoewel de reden voor intrekking hier strikt administratief wordt verwoord als "wanbetaling", valt deze gebeurtenis in een periode waarin de economische positie van Joodse Amsterdammers door de eerste anti-Joodse maatregelen van de bezetter en de algemene oorlogsomstandigheden snel verslechterde. Het verlies van een marktplaats betekende in deze context vaak de totale vernietiging van het levensonderhoud. B. van West M. No Gemeente Amsterdam Marktwezen
Samenvatting
Dit document is een ambtelijke notitie betreffende de intrekking van een marktvergunning. De heer B. van West, die standplaats 620 op de markt in de Amsterdamse Uilenburg bezette, had een betalingsachterstand. Hij werd gewaarschuwd deze uiterlijk 15 september 1940 te voldoen. Omdat betaling uitbleef, werd zijn standplaats op 22 september 1940 officieel ingetrokken wegens "wanbetaling". Een eerder concept-besluit (waarin sprake was van een verzoek van Van West) is doorgehaald, aangezien de intrekking de zaak definitief maakte. De administratieve afhandeling werd tussen 25 en 28 september 1940 door verschillende ambtenaren (waaronder de heer De Haer) geaccordeerd.
Historische Context
Het document dateert van september 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De locatie, de Uilenburg, was het hart van de oude Joodse buurt in Amsterdam. De markt aldaar was een vitale bron van inkomsten voor veel Joodse bewoners die in armoede leefden. Hoewel de reden voor intrekking hier strikt administratief wordt verwoord als "wanbetaling", valt deze gebeurtenis in een periode waarin de economische positie van Joodse Amsterdammers door de eerste anti-Joodse maatregelen van de bezetter en de algemene oorlogsomstandigheden snel verslechterde. Het verlies van een marktplaats betekende in deze context vaak de totale vernietiging van het levensonderhoud.