Dienstnotitie/brief betreffende marktadministratie.
Origineel
Dienstnotitie/brief betreffende marktadministratie. 20 september 1940. T. Middelburgh (waarschijnlijk een marktmeester of administratief ambtenaar). Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen alhier
Br: 31/43/1 m 40.
Den heer van West heeft een bericht betr. plaats 1193.
ontvangen op 1 Sept. 40. Hierop heeft hij de helft van
zijn schuld voldaan, waarvoor ik hem heb gewaarschuwd
dat hij alles moest betalen, daar anders de intrekking doorging.
Г 1224. Op 11 Sept. 40 heeft hij weer een bericht ontvangen voor
intrekking om alsnog voor 15/9-40 te betalen. Hier-
aan heeft hij ook niet voldaan. Op 12/9-40 is zijn plaats
ingetrokken met f 0,75 schuld.
M.i. is het niet gewenscht om van West uitstel te geven
om zijn plaats te bezetten. Hij heeft geen vast artikel en is
standwerker. Indien hiervoor toestemming werd verleend
dan zou het niet lang duren of de markt was half
bezet.
Amsterdam 20 Sept. '40
T. Middelburgh. * Inhoud: Het document betreft een zakelijke rapportage over een marktkoopman genaamd Van West (standplaats 1193). Ondanks herhaalde aanmaningen en waarschuwingen heeft hij zijn schuld voor de standplaats niet volledig voldaan. Hoewel hij de helft betaalde, bleef er een restschuld van 0,75 gulden over. Als gevolg hiervan is zijn recht op de standplaats ingetrokken.
* Argumentatie: De schrijver adviseert negatief over een eventueel verzoek tot uitstel. Hij voert aan dat Van West een "standwerker" is zonder vast product. De vrees bestaat dat coulance zou leiden tot precedentwerking, waardoor de bezettingsgraad en de inkomsten van de markt in gevaar zouden komen ("...of de markt was half bezet").
* Taalgebruik: Formeel en administratief ("M.i." voor mijns inziens, "voldaan", "ingetrokken"). Het getuigt van een zeer strikte handhaving, aangezien de sanctie (intrekking van de plaats) wordt doorgezet voor een relatief klein bedrag van 75 cent. * Historische periode: De brief is gedateerd september 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de bezetting niet expliciet wordt genoemd, bleef de gemeentelijke bureaucratie, zoals het Marktwezen, in deze periode grotendeels functioneren volgens de bestaande regels.
* Sociaal-economisch: De term "standwerker" duidt op een ambulante handelaar die met een vlot praatje producten aanprijst, vaak zonder vaste standplaats of vast assortiment. Deze groep werd door de autoriteiten vaak als minder stabiel gezien dan de vaste stalhouders.
* Lokaal: De Amsterdamse markten (zoals de Albert Cuyp of de Waterloopleinmarkt) waren streng gereguleerd. De inning van standgelden was essentieel voor de gemeentelijke kas, wat de onverzettelijke houding over een klein bedrag verklaart. Tevens vonden er in deze periode restricties plaats die specifiek Joodse marktkooplieden troffen, hoewel uit dit specifieke document niet direct op te maken is of dit hier een rol speelt. T. Middelburgh Marktwezen