Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen. 11 september 1939. De Directeur (vermoedelijk van een Amsterdamse gemeentelijke dienst, gezien de referentie vB/HG). Den Heer A.C. v.d. Woude, Hoofdcommies Afdeeling Militaire Zaken, Militiezaal, Singel, Amsterdam-Centrum. [Links boven, getypt:]
vB/HG.
8A/115/1 M.
n 2
[Midden boven, handgeschreven:]
Verzonden 11/9 - ’39
[Rechts boven, handgeschreven:]
I en hr Müller
[Rechts midden, getypt:]
11 September 1939.
den Heer A.C.v.d.Woude,
Hoofdcommies Afdeeling
Militaire Zaken,
Militiezaal,
Singel,
Amsterdam-Centrum.
In bijlage dezes heb ik de eer U te doen toekomen een lijst (in duplo), houdende de namen van ambtenaren van mijn dienst, die gemobiliseerd zijn. In verband met de uitbetaling der salarissen op 15 September a.s. verzoek ik U beleefd mij een exemplaar van bovengenoemde lijst te retourneeren, onder vermelding van de militaire belooning, welke wordt genoten.
De Directeur, De kern van deze brief is een administratieve afstemming naar aanleiding van de Nederlandse mobilisatie. De afzender (een directeur van een niet nader genoemde overheidsdienst) stuurt een lijst met namen van ambtenaren die onder de wapenen zijn geroepen naar de afdeling Militaire Zaken in Amsterdam.
Het doel is financieel: voor de salarisbetaling van 15 september moet worden vastgesteld hoeveel "militaire belooning" (soldij) deze mannen ontvangen. In die tijd kregen ambtenaren hun salaris vaak doorbetaald, maar werd de militaire soldij daarop in mindering gebracht. De directeur verzoekt daarom om een kopie van de lijst terug te sturen, voorzien van de bedragen die de mannen van defensie ontvangen, zodat de loonadministratie correct kan worden uitgevoerd. Dit document is geschreven op 11 september 1939, slechts tien dagen nadat de Duitse inval in Polen het begin van de Tweede Wereldoorlog markeerde. Nederland had de algemene mobilisatie afgekondigd op 28 augustus 1939.
De brief illustreert de bureaucratische realiteit van die dagen: de plotselinge overgang van honderdduizenden mannen van hun civiele beroep naar de krijgsmacht bracht een enorme administratieve last met zich mee. De "Militiezaal" aan het Singel in Amsterdam was destijds een belangrijk centrum voor militaire administratie en keuringen in de stad. De formele toon ("heb ik de eer U te doen toekomen") is kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie uit die periode. A.C. v.d. Woude
Samenvatting
De kern van deze brief is een administratieve afstemming naar aanleiding van de Nederlandse mobilisatie. De afzender (een directeur van een niet nader genoemde overheidsdienst) stuurt een lijst met namen van ambtenaren die onder de wapenen zijn geroepen naar de afdeling Militaire Zaken in Amsterdam.
Het doel is financieel: voor de salarisbetaling van 15 september moet worden vastgesteld hoeveel "militaire belooning" (soldij) deze mannen ontvangen. In die tijd kregen ambtenaren hun salaris vaak doorbetaald, maar werd de militaire soldij daarop in mindering gebracht. De directeur verzoekt daarom om een kopie van de lijst terug te sturen, voorzien van de bedragen die de mannen van defensie ontvangen, zodat de loonadministratie correct kan worden uitgevoerd.
Historische Context
Dit document is geschreven op 11 september 1939, slechts tien dagen nadat de Duitse inval in Polen het begin van de Tweede Wereldoorlog markeerde. Nederland had de algemene mobilisatie afgekondigd op 28 augustus 1939.
De brief illustreert de bureaucratische realiteit van die dagen: de plotselinge overgang van honderdduizenden mannen van hun civiele beroep naar de krijgsmacht bracht een enorme administratieve last met zich mee. De "Militiezaal" aan het Singel in Amsterdam was destijds een belangrijk centrum voor militaire administratie en keuringen in de stad. De formele toon ("heb ik de eer U te doen toekomen") is kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie uit die periode.