Administratief rapport / Dienstbrief.
Origineel
Administratief rapport / Dienstbrief. 24 oktober 1940. [Linksboven in rood potlood]: 31/51/1
[Rechtsboven]: A’dam, 24/10 1940
[Marginale notitie links]:
Gegevens inzake marktbezetting Uilenburg
Hierbij is aangegeven de bedoelde kooplieden bovendien
[Hoofdtekst]:
Ingevolge een uwerzijds gegeven telefonische opdracht heb ik de eer U onderstaand een overzicht te doen toekomen van het aantal kooplieden die ook de zondagsmarkt Uilenburg, alsmede de vaste plaatsen bezetten; op andere dag- en/of weekmarkten hebben deze vaste plaatsen bezettingen en verder gesplitst in joodsche- en niet joodsche kooplieden.
Er zijn op Uilenburg uitgegeven: 336 vaste plaatsen, waarvan 288 aan joodsche kooplieden (dat is 86%) en 48 aan niet joodsche kooplieden (14%).
Van deze 336 kooplieden nemen:
151 uitsluitend een vaste plaats op Uilenburg in of ± 45% (133 joodsch; 18 niet joodsch)
71 een vaste plaats op Uilenburg + 1 dagmarkt in of ± 21% (65 joodsch; 6 niet joodsch)
(in de meeste gevallen is deze dagmarkt het Waterlooplein, welk plein, welk niet op Zaterdag wordt gehouden!)
51 een vaste plaats op Uilenburg + 1 weekmarkt in of ± 15% (37 joodsch; 14 niet joodsch)
39 " " + 1 dagmarkt + 1 weekmarkt in of ± 12% (31 joodsch; 8 niet joodsch)
10 " " + 2 dagmarkten in of ± 3% (9 joodsch; 1 niet joodsch)
8 " " + 2 dagm. + 1 weekm. in of ± 2% (8 joodsch)
3 " " + 1 dagm. + 2 weekm. in of ± 1% (2 joodsch; 1 niet joodsch)
2 " " + 2 weekmarkten } ± 1% (2 joodsch)
1 " " + 2 dagm. + 2 weekm. } (1 jood)
336 kooplieden 100% (288 joodsch; 48 niet joodsch)
[Onderste tekstblok, deels doorgehaald]:
Bij bovenstaande berekening is uitsluitend rekening gehouden met de op de verschillende markten uitgegeven vaste plaatsen; de losse plaatsen zijn uiteraard buiten beschouwing gebleven.
[Onderaan midden]: 25/10 '40. [Gevolgd door paraaf/stempel] Het document is een ambtelijke rapportage waarin de sociale en economische samenstelling van de markt op Uilenburg (Amsterdam) wordt gekwantificeerd. Opvallend is de zeer gedetailleerde uitsplitsing van de handelsactiviteiten van de kooplieden (combinaties van dag- en weekmarkten).
De tekst bevat diverse doorhalingen en correcties die wijzen op een concept dat direct is aangepast of een verslag van een mondelinge opdracht. Er wordt een scherp onderscheid gemaakt tussen "joodsche" en "niet-joodsche" Nederlanders, waarbij het percentage Joodse kooplieden op de Uilenburgmarkt (gelegen in de oude Joodse buurt) op 86% wordt vastgesteld. De nadruk ligt op de "vaste plaatsen"; de ambulante handel ("losse plaatsen") wordt buiten de statistiek gehouden. Dit document dateert van oktober 1940, slechts vijf maanden na de Duitse inval in Nederland. Het bevindt zich in de vroege fase van de bezetting, waarin de bezetter en het meewerkende Nederlandse ambtenarenapparaat begonnen met de administratieve inventarisatie van de Joodse bevolking en hun economische posities.
Dergelijke overzichten waren de opmaat naar de toenemende uitsluiting van Joden uit het openbare leven. In 1941 zouden Joodse marktkooplieden uiteindelijk worden verbannen van de reguliere markten en werden zij gedwongen hun handel te drijven op speciaal aangewezen "Joodsche markten" (zoals het Waterlooplein en het Gaaspereiland). Dit document diende waarschijnlijk als basis voor het uitvoeren van deze isolatiemaatregelen door de gemeente Amsterdam.